Basisprincipes van een woongroep

© Elim 2007, Sjoerd Poorta


In de 11 Timon woongroepen wonen een aantal kernbewoners samen met jonge mensen van 18 tot 30 jaar die in de woongroep de kans krijgen om te leren zelfstandig te wonen. Hieronder volgen een aantal van de basisprincipes die gelden voor het woongroepleven.
Waar begin je aan wanneer je als bewoner in een woongroep stapt? Om je een indruk te geven wat het woongroepleven werkelijk woongroepleven maakt, is deze inleiding geschreven. Zodat je enigszins weet waaraan je begint en de juiste prioriteiten weet te stellen. Want woongroepleven heeft een prijs en kost extra tijd en energie waardoor andere dingen niet kunnen of op een lager pitje komen te staan. Wat niet wil zeggen dat leven in een woongroep natuurlijk ook veel oplevert: voor anderen en jezelf.

1) Onvoorwaardelijke Basistoewijding

De woongroep kun je er niet als ''iets erbij'' beschouwen in je leven. Het vraagt een duidelijke keuze en toewijding voor een (geruim) aantal jaren. De woongroep kan geen sluitstuk zijn in je leven. De woongroep bestaat uit mensen die samen de volle verantwoordelijkheid nemen om het woongroepgebeuren te dragen en te laten slagen. Uiteraard kan iemand wel eens een time?out of sabbatical nodig hebben vanwege ziekte, een bevalling, moeilijke omstandigheden enzovoorts. Maar het uitgangspunt is dat de kerngroepleden samen de woongroep dragen.

2) Open (Eerlijke) Communicatie

Eerlijk kunnen delen over verwachtingen, grenzen, irritaties, etcetera is als bloed voor het goed functioneren van een lichaam. Door eerlijk te communiceren kan begrip ontstaan, misverstanden worden opgeruimd, conflicten worden vermeden of opgelost en kan vertrouwen groeien omdat je jezelf doet kennen en de ander leert kennen. Dat betekent uiteraard veel luisteren en goede, open vragen leren stellen.

3) Veel Contactmomenten

Ik heb ooit mensen eens horen roepen dat zij niet veel tijd samen hadden maar wel ''kwaliteitstijd'' samen doorbrachten. Eerlijk gezegd is mijn ervaring dat kwaliteit op het gebied van relaties niet zonder kwantiteit gaat. Bewoners van woongroepen beamen dat. Meer contact betekent meer vertrouwd raken met elkaar. Intensiever contact betekent vaak diepere relaties, er meer aan hebben en elkaar beter leren kennen. Bijvoorbeeld: samen regelmatig koffiedrinken, een bezinningsavond houden of gezellige avond organiseren, met een klussendag samen optrekken, het zijn allemaal ontmoetingsmomenten.

4) Eensgezinde Doelstelling

De woongroep is geen doel in zichzelf. Dan stopt de woongroep namelijk als je elkaar niet meer aardig vindt. Het bestaansrecht ligt mede in gastvrijheid, met andere woorden gasten kunnen herbergen, een thuis geven. De woongroep is er voor de gasten. Waar gaan we voor?

5) Balans Tussen Nabijheid en Afstand

Ieder mens verlangt naar intimiteit. De woongroep kun je zien als oefen? en vindplaats van intimiteit. Intimiteit is te omschrijven als een vorm van verbondenheid waarbij je je ontspannen kunt, jezelf kunt zijn, de ander kunt toelaten en de ander de ander kunt laten zijn. Intimiteit hangt tussen twee polen in: ? respect voor elkaar, waarbij een zekere afstand gezond is; ? overgave aan elkaar, waarbij je de ander toegang of nabijheid geeft. Ontmoeting (intimiteit) kan niet zonder ruimte en time?out. Mag ik zijn wie ik ben? Ontsporen van intimiteit kan uitmonden in onder meer: ? overheersen, manipuleren en claimen van de ander; ? versmelten door of met de ander, zodanig dat je de eigen identiteit kwijt raakt.

6) Elkaars Sterke En Zwakke Kanten Kennen

We zijn allemaal verschillend, gelukkig maar! Anders zou de woongroep een saaie, grijze massa zijn met veel eenzijdigheid. Naast onze kwaliteiten als mens hebben we ook allemaal onze valkuilen. Vaak zijn onze sterke kanten ook onze valkuilen wanneer we doorslaan in onze sterke kanten. Een voorbeeld: Iemand kan heel daadkrachtig zijn maar daardoor ook teveel gaan eisen van zichzelf. Balans vinden en houden is vaak de kunst.

7) Zelfrelativerend Vermogen

We moeten onszelf niet te serieus gaan nemen. Gevoel voor humor en kunnen lachen om jezelf is heel gezond. Ga af en toe even in een helikopter boven je leven of de woongroep hangen: wat zie je? Hele kleine mensjes, veel gewriemel en het stelt allemaal echt niet zoveel voor. En toch geldt ook hier: God vindt die kleine penning van de weduwe heel kostbaar.

8) Gastvrijheid Hoezeer voelen gasten zich thuis?

Hoe gaan we met elkaar en gasten om? Heerst er vrede, begrip en veiligheid? Voelt een gast zich welkom? Een boekje heeft de titel ''Open hart en open huis''. Hoe open onze voordeur is, zegt iets over ons hart.

9) Gespiegeld Worden

De woongroep spiegelt enorm: je wordt aangesproken op je rottige kanten. Je scherpt elkaar behoorlijk, zoals je dat ook in een huwelijk doet. Dat vraagt bereidheid om eigen verantwoordelijkheid en pijn te willen aankijken en er niet omheen te draaien. Het vraagt ook om die pijn en wonden te willen loslaten en om te vergeven: de ander en niet te vergeten jezelf. Op die manier kun je meer 'heel' mens worden, een beter in plaats van bitter mens.

10) Eigen Probleemoplossend Vermogen

Praten we de onderlinge problemen uit? Dit punt sluit aan op het vorige punt. Waar het hier met name om gaat, is dat een woongroep zelf een bepaalde mate van volwassenheid moet hebben en niet bij elk conflict de interventie nodig heeft van een coach of begeleider. Het betekent dat de woongroep de problemen bij zichzelf legt en houdt en niet ineen slachtofferrol passief gaat wachten tot er hulp van buiten komt. Natuurlijk moet een woongroep af en toe eens een training ontvangen of hulp van buitenaf. Daar is niets mis mee.

11) Gelijkwaardigheid

Steeds weer komt dit punt terug: in de woongroepen leven we het gewone leven samen. Woongroepen zijn geen hulpverleningsbolwerkjes. De gast heeft behoefte aan veiligheid. Een belangrijk principe hierin naar gasten is: wat er over jou is besproken, is met jou besproken. Toch is de kracht van de woongroep dat de (tijdelijke) gasten ook meewerken aan het doel: gewoon samen leven. Dat vraagt van de kernbewoner dat hij/zij zich kwetsbaar durft op te stellen naar een gast en de erkenning dat ieder wat heeft. De gast heeft de kernbewoner ook veel te geven: gezelligheid, koffiedrinken, spelletjes doen. Het gaat dus niet alleen om gelijkwaardigheid, maar ook wederkerigheid in geven en ontvangen. 12) Identiteit Christelijke woongroepen bestaan uit de overtuiging dat het evangelie van Jezus Christus goed nieuws betekent. Dat betekent onder meer Jezus volgen, niet uit eigen kracht maar in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Gezamenlijk gebed bij maaltijden, zingen, lezen uit de bijbel en vieringen bij feestdagen horen daar bijvoorbeeld bij.

13) Getuigenis naar de omgeving

Het is zaak om open te blijven naar elkaar en gasten, maar ook naar de buren en woonwijk: laten zien dat je als christen samen kunt wonen en delen. Een open dag of buurtpraatje kan daarbij helpen. En sowieso ben je als woongroep natuurlijk een getuigenis om tegen de stroom van het individualisme in te roeien.

Terug naar overzicht>>