Huiskring en businessunit

©  copyright  1999,  drs Gijs van den Brink

Er is in de kerken een sterke groei waarneembaar in het ontstaan van huiskringen en celgroepen. En in het bedrijfsleven is er sprake van het decentraliseren van het ondernemerschap en staat de vorming van business units en unit management in het centrum van de belangstelling. De hele samenleving is bezig zich kleinschaliger en flexibeler te organiseren en zo slagvaardiger in te spelen op de moderne tijd met haar nieuwe communicatielijnen en netwerken.1

De moderne leefgemeenschappenbeweging beweegt zich al meer dan dertig jaar op deze weg en beleeft dan ook wat dat betreft in deze jaren een goede en herkenbare tijd. Maar er is nog een herkenning, die minstens even interessant is, namenlijk de overeenkomst met de vroegchristelijke kerk, die per huis georganiseerd was.

De huisgemeente
Als we de gegevens in het Nieuwe Testament overzien, kunnen we zonder enige twijfel stellen dat het huis in de vroege kerk de plaats was waar de gemeente samenkwam. Tot deze ‘huisgemeente' behoorde niet alleen de grootfamilie die het huis bewoonde, maar ook de gelovigen die elders woonden, maar in dat huis samenkwamen. In de huizen van de rijkere christenen kwamen gelovigen uit alle sociale lagen samen. Het is vanaf het begin kenmerkend dat men in deze huisgemeenten zowel rijken als armen aantreft. Er is sprake van een sociaal engagement, dat blijkt uit het vrijwillig openstellen van het huis, de gezamenlijke maaltijden en de wederzijdse zorg voor elkaar (ze ‘hadden alles gemeenschappelijk'). De ruimtelijke keuze voor het huis had automatisch bepaalde consequenties. Zo heeft bijvoorbeeld de omvang van een doorsnee nieuwtestamentische gemeente tussen de 10 en 40 personen gelegen.

Wat betreft de invulling van de samenkomsten blijven de in Hand. 2:42 genoemde elementen ook in later tijd essentieel: onderwijs, avondmaal, gebed en gemeenschap. Vanaf het begin vinden we in deze huisgemeenten alle kenmerken van een kerk.

Ook voor de snelle verbreiding van het Evangelie zijn de huisgemeenten in de vroege kerk belangrijk geweest. We lezen in het evangelie dat Jezus zegt tegen de zeventig die Hij uitzendt in Israël: ‘Welk huis gij ook binnentreedt, zegt eerst: Vrede zij dezen huize .... Blijft in dat huis, eet en drinkt wat men u geeft, want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere' (Luc.10:5-7).2 Zo zijn nadien voortdurend nieuwe rondreizende evangelisten en profeten uitgegaan (vgl. 3Joh.5-8). De huizen en families die de boodschap aanvaardden werden de thuiscentra en uitvalsbases voor deze evangelisten, die voor onderdak, kleding en verzorging op hen waren aangewezen. Uit het geschrift de ‘Didachè' blijkt dat deze situatie rond 100 na Chr. nog springlevend is3.

Boeiende mogelijkheden
We zien dus dat de trend van vandaag al zo oud is als de weg naar Rome. De geschiedenis kent pendelbewegingen en zo kan Prediker dan ook zeggen: er is niets nieuws onder de zon (Pred.1:9). Maar dit neemt niet weg dat leefgroepen en kerken een boeiende tijd meemaken. Wat met name ook profetisch gezien van belang is, is dat de situatie waarin de eerste gemeente verkeerde weer lijkt terug te komen. Is dit één van de vele pendelbewegingen of zal het de laatste zijn?
De trend van netwerkvorming is ook van groot belang voor de oecumene. Eénheid in verscheidenheid van vormen en bedieningen. De christelijke leefgroepen hebben op dit vlak een een tekenfunctie voor kerk en samenleving zijn.

In het huidige bedrijfsleven spreekt men over de ‘intelligente netwerkorganisatie', een organisatie die slank en wendbaar is en dingen doet die bij haar passen. Als we dit vertalen naar christelijke gemeenschappen en groepen, hebben we het over een intentionele gemeenschap, d.w.z. een gemeenschap van gelovigen die zich aan elkaar hebben verbonden met en vanuit een bepaalde roeping of bediening. Dit kan zijn ‘gemeenschap, gebed en onderwijs', zoals in Handelingen 2, maar vele andere concrete doelstellingen zijn in de praktijk denkbaar en ook aanwezig.
Het tij van de samenleving bevordert momenteel kleinschaligheid. Laten we deze situatie uitkopen. Het opkomen van ‘business units' in bedrijven geeft prachtige mogelijkheden voor christenen. Bedrijfjes kunnen geïntegreerd worden in een geestelijk werk en zo kan de zorg voor elkaar op sociaal-maatschappelijk gebied toegesneden worden op de moderne problemen, zoals werkloosheid.

Waar christenen samenwonen en samenwerken kan naast het werk ook aandacht gegeven worden aan gastvrijheid, bijvoorbeeld de opvang van zieken, daklozen en vluchtelingen. Als elke plaatselijke kerk in Nederland op structureel niveau oog zou hebben voor deze gemeenschapsprincipes, wat zou dat een enorm getuigenis zijn van de liefde van Jezus voor deze wereld. Jezus zegt dat zijn discipelen het licht van de wereld zijn (Matt.5:14). Hij spreekt niet over een onzichtbaar geestelijk licht, maar over een voorbeeld dat door iedereen gezien wordt. Een stad op een berg kan niet verborgen blijven.
God verlangt dat het karakter van zijn zoon Jezus Christus gestalte krijgt in de christelijke gemeenschappen. Dat Jezus elk levensgebied mag bepalen, dat Hij Heer mag zijn over zowel ons geestelijk als ook ons sociaal-maatschappelijk leven. Kan Hij op u rekenen?

Terug naar overzicht>>

Noten:

1. J.G. Brongers, "De huiskring: een ‘evangelische business unit' zoals het bedrijfsleven?" In Soteria 15,3 (1998) 29-36

2. Voor de grote invloed van dit patroon in de vroege kerk, zie: D.L. Matson, Household Conversion Narratives in Acts, Pattern and Interpretation (JSNT Suppl. Series 123) Sheffield 1996.

3. A.F.J. Klijn, Apostolische Vaders 1 (2e dr., Kampen 1992) 251-253