Christen in een multiculturele samenleving

Over de evangelische waarden van het communitarisme

©  copyright  2006,  drs Gijs van den Brink


Dagelijks komen via de media allerlei problemen op ons af die te maken hebben met een samenleving waarin verschillende culturen aanwezig zijn, die steeds vaker met elkaar botsen. Wat mogen moslims wel en wat niet? Mogen ze moskees bouwen en eigen scholen hebben, zoals ook christenen dit (nog) mogen? Of moeten wij wensen dat onze overheid hen dit verbiedt, omdat wij in moslimlanden ook geen kerken mogen bouwen? Mogen ongelovigen vrijuit hun cynische humor op Jezus en Mohammed botvieren onder de vlag van vrijheid van meningsuiting?

Moeten we als christenen niet onze invloed bundelen en proberen hen dit via wetgeving te verbieden? Wordt van een christen niet verwacht dat hij tegen al deze vrijheden voor moslims en ongelovigen is omdat God dit alles als zonde veroordeelt? Door wie laten mensen als Balkenende en Blair zich in hun visie op deze zaken inspireren? En wat wordt van ons als christen gevraagd?

Leven tussen de tijden

Het is in de eerste plaats van belang te beseffen dat we leven tussen de tijden, d.w.z. tussen de eerste en tweede komst van Christus. Jezus heeft van de Vader een drievoudige bediening gekregen. Hij is profeet, priester en koning. Als profeet heeft hij ons de wil van de Vader bekend gemaakt, als priester stierf hij voor onze zonden aan het kruis en als koning zal hij straks bij zijn tweede komst de heerschappij van God over de wereld krijgen.

Wij hebben als volgelingen van Jezus ook deze drievoudige bediening gekregen. Dat betekent dat wij nu voor de wederkomst met hem priester en profeet mogen zijn, als priesters bemiddelen tussen God en mensen en als profeten de wil van de Vader aan de wereld bekend maken en voorleven. En straks als Jezus terugkomt zullen wij met hem regeren, met hem koning zijn (2Tim.2:12; Openb.20). Dus hier en nu nog weinig of geen fysiek regeren, geen aardse macht. Dat komt straks. Wat wordt dan hier en nu van ons verwacht?

Jezus ‘gouden regel'

"Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jullie behandelen" (Mat.7:12). Terwijl het jodendom als ook ons spreekwoord de regel negatief formuleert (‘wat u niet wilt ...) en genoegen neemt met een gebod de naaste geen schade te berokkenen, roept Jezus in positieve en absolute zin op tot naastenliefde. Hij wil dat wij onze naaste liefhebben, afgezien van het feit hoe deze ons behandelt. Dit is de levenswet van het Koninkrijk van God en tevens een zichtbaar teken dat iemand een volgeling van Jezus is. Wij die met Jezus verbonden zijn, mogen en kunnen op zijn wijze en in zijn kracht een bijdrage leveren aan het vormgeven van onze samenleving.

Niet kwetsen maar vrede najagen

Ook Paulus heeft ons principes nagelaten die van belang zijn voor de samenleving. In Rom.14 waar hij ingaat op de botsing tussen de joodse en heiden-christelijke cultuur, zegt hij hierover belangrijke dingen. Hoewel de Islamitische cultuur een andere is dan de joodse, zijn de zaken die in Paulus' dagen een rol spelen wel te vergelijken met de cultuurclashes die onze samenleving kent.

Paulus zegt in dit verband: ‘Laten wij dan niet langer elkaar veroordelen, maar komt liever tot dit vaste besluit: ...geen aanstoot of ergernis te geven (vs.13). Maar als de ander zich aan de vreemdste dingen irriteert! Het gaat niet aan dat de een zich steeds irriteert en de ander zich steeds aanpast. Het gaat ook niet om de eerste de beste irritatie. Het gaat erom elkaar niet te veroordelen, maar elkaar te accepteren. ‘Laten wij najagen hetgeen de onderlinge vrede bevordert' (vs.19). Dit gaat niet automatisch, maar vergt inspanning, er wordt van ons een inzet verwacht: het najagen van vrede. Onze opdracht het Evangelie van Gods redding te verkondigen staat hier los van. Deze opdracht zal ook doorgaan tot aan de Wederkomst.

Het Communitarisme

Als reactie op het ongebreideld individualisme van de jaren 70 is de maatschappijvisie van het Communitarisme ontwikkeld als derde weg: niet markt of overheid als uitgangspunt, maar de samenleving, de gemeenschap. Voortrekkers van deze stroming zoals de Amerikaanse joodse socioloog Amitai Etzioni (een inspiratiebron voor bv. Balkenende en Blair) missen vooral de rol die 'de gemeenschap' in de maatschappij kan spelen.

In dit verband is het ook zinvol de Rotterdamse econoom Arjo Klamer te citeren. In zijn recente boek ‘In hemelsnaam' voert hij een heftig pleidooi voor het herstel van de oikos (= ‘huis') naast markt en overheid. Hij typeert deze oikos als een gemeenschappelijk goed voor hen die er deel van uitmaken. We zetten een aantal kenmerken van het communitarisme op een rijtje.

Gemeenschappelijk verantwoordelijk i.p.v. rechten van de individu
Tijden zijn veranderd. Allerlei bevrijdingsbewegingen hebben hun goede uitwerking gehad. Burgerrechten, vrouwenemancipatie, tegenbewegingen van hippies en provo's voor sociale gelijkheid. Autoritaire traditionele waarden zijn nu niet meer het probleem, maar de morele anarchie. De tijd is rijp de verantwoordelijkheden te benadrukken die wij tegenover elkaar hebben, niet zozeer de rechten. De erkenning dat veel rechten ook veel verantwoordelijkheid vragen. Het communitarisme gaat niet uit van (de rechten van) het individu, maar redeneert vanuit de gemeenschap. De samenleving is geen optelsom van individuen, maar een gemeenschap van gemeenschappen.

Universele en particuliere waarden
Ieder heeft z'n eigen waarden en normen is vandaag vaak de gedachte. Dit impliceert dat er geen gedeelde of gezamenlijke normen zijn en we de ethiek beter privé kunnen houden. Zo wordt alle ethiek relatief en is een samenleving met door ieder gerespecteerde normen niet meer mogelijk. Deze oude scheiding tussen privé en openbaar is erg simplistisch. Denk bv. aan kindermishandeling en seksueel misbruik. Het is beter om onderscheid te maken in universele en particuliere waarden, algemene waarden en waarden die bij een bepaalde bevolkingsgroep horen: eenheid in verscheidenheid.

Eenheid in verscheidenheid
De samenleving is een waardengemeenschap met 'eenheid in verscheidenheid'. Autochtone mannen hebben de vrijheid om een stropdas te dragen (een niet functioneel kledingstuk) en dames de vrijheid om het haar te millimeteren. Maar dan ook allochtone mannen vrij om een tulband te dragen (Sikhs) of moslima's een hoofddoek. Christenen mogen kerken en scholen bouwen, maar dan ook moslims hun scholen en moskeeën. Dat is een kwestie van wederzijds respect.

Geen dwang, maar dialoog en overtuiging
De overheid heeft niet als taak normen en waarden op te dringen, maar wel de plicht om burgers via gesprek en dialoog tot een goede overtuiging te bewegen. Bv. roken was ooit (jaren 50) maatschappelijk breed geaccepteerd, nu niet meer. Zorg voor het milieu was toen geen aandachtspunt, nu des te meer. De morele overtuiging is aan de wetgeving voorafgegaan. De rol van de overheid bij vraagstukken die nu een hot item zijn is niet primair wetgeving en dwang, maar het maatschappelijk gesprek bevorderen.

A. Klamer, In hemelsnaam! Over de economie van overvloed en onbehagen. Ten Have: Kampen 2005;
A. Etzioni, De nieuwe gulden regel. Gemeenschap en moraal in een democratische samenleving. Ten Have: Kampen 2005