Het grootste multiculturele bruiloftsfeest

drs Gijs van den Brink, SamenLeven magazine 2008

 

Feesten in de bijbel

Als we de feesten in de bijbel bekijken krijgen we een lange rij. Mocht je nog denken dat er in bijbelse tijden minder gefeest werd dan vandaag heb je het echt mis. We komen allerlei soorten feesten tegen. Zo lezen we over bruiloftsfeesten, die maar liefst zeven dagen lang doorgingen (Gen.29:22; Richt.14:10,12,17). Als de baby na ongeveer drie jaar van de borst afging werd dit feestelijk gevierd (Gen.21:8). We lezen over schaapscheerdersfeesten (Gen.38:12; Deut.18:4; 1Sam.25:4-11, 36) en familiefeesten (Job. 1:4,5). Salomo wijdt de tempel in met een feest (1Kon.8:65) en nadat God in een droom tot hem heeft gesproken, richt hij een feestmaal aan voor het hele hof (1Kon.3:15).

En dan waren er de grote feesten als het Pascha (herinnering aan de uittocht uit Egypte), het Wekenfeest of Pinksteren (oogstfeest, later herinnering aan de wetgeving op Sinaï), het Loofhuttenfeest (herinnering aan de woestijntijd), de Grote Verzoendag en het Nieuwjaarsfeest. Ten tijde van Jezus in de eerste eeuw werden er in Israël zeven grote nationale feesten gevierd.

Jubeljaar is aangebroken

De centrale plaats die feesten innemen in het plan van God blijkt ook hieruit dat de profeten de grote heilstoekomst van het volk schilderen als een grote feestmaaltijd. Jesaja zegt:

"Op deze berg (de Sion) richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan ... Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, ... Voor altijd doet hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg (Jes.25:6-8)."

Het zal een feest zijn voor alle volkeren, een multicultureel feest, voor Jood en heiden, voor vriend en vijand. En beslist geen feest om de onrechtvaardige dagelijkse werkelijkheid te ontvluchten, want Jesaja voorzegt nog iets.

Israël kende het principe dat elk 50e jaar een jubeljaar of vreugdejaar zou zijn. In Lev.25:10 lezen we "Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn, waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land." Jesaja (61:1-3) profeteert dat met de komst van de Messias dit vreugdejaar, het jaar van het welbehagen des Heren, voor goed zal aanbreken. En Jezus zegt in de synagoge van Nazaret (Luk.4:16-21) nadat Hij dit gedeelte uit Jesaja heeft voorgelezen: `Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld.'

Maar wat is er nu precies vervuld? Waar gaat het om bij het jubeljaar? Het land braak laten liggen, kwijtschelding van schulden en daarom ook vrijlating van slaven en teruggave van familie eigendommen, d.w.z. er vond een herverdeling van het bezit plaats. Dit betekent dat er het Koninkrijk van Jezus geen mensen met schulden meer zijn, dat er daar geen slaven meer zijn en ook geen verschil meer tussen rijk en arm. Als dat geen reden voor een groot feest is!?

Rijk van God en bruiloftsfeest

Het beeld van het Koninkrijk als een bruiloftsfeest staat dan ook centraal in de prediking van Jezus. Hij stelt zichzelf voor als de bruidegom en zijn discipelen als de vrienden van de bruidegom (Mat.9:15). In maar liefst drie gelijkenissen vergelijkt Jezus het Koninkrijk met een bruiloftsfeest: de tien meisjes (Mat.25:1vv), het koninklijke bruiloftsmaal voor de zoon van de koning (Matt.22:1vv) en het grote feestmaal (Luk.14:15vv). De uitroep van een van de discipelen: ‘gezegend is hij die mag eten in het Koninkrijk van God' brengt Jezus tot het vertellen van de laatste gelijkenis. Het Koninkrijk dat Jezus brengt is een groot feest, niet meer en niet minder.

Het multiculturele karakter van dit feest wordt ook door Jezus weergegeven als hij zegt:
"Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel." (Mat.8:11). Hij spreekt hier over de toekomst van het Rijk dat zal aanbreken wanneer hij zal terugkomen in heerlijkheid en wanneer de rechtvaardige gestorvenen uit het oude verbond samen met de vele gelovigen uit alle volkeren en culturen zullen deelhebben aan de hemelse feestmaaltijd (vgl. Marc.14:25).

"Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd" (Openb.19:9).
De voorsmaak van dit alles vindt nu al plaats in de feestelijke maaltijden die Jezus gebruikt met zijn volgelingen, waaronder armen, ex-hoeren, tollenaren, blinden, verstotenen en andere randfiguren. En na zijn opstanding uit de dood kregen deze maaltijden een nog dieper en uitgelatener karakter. De opstanding van Jezus en zijn verheerlijking is een groot feest. Hij heeft getriomfeerd!! Hij heeft de dood overwonnen. Dat moet gevierd worden. Pasen begint met een feest.

Wanneer wij als christenen feestvieren, zingen, dansen en God groot maken is dat ook een vorm van evangeliseren: dit is het Rijk van Jezus de Messias en het zal straks met nog groter heerlijkheid komen, het is een feest en het is nabij.

Het belang van vieringen

► Vieringen en feesten zijn er in de eerste plaats om onze blijdschap te uiten. Onze vreugde vindt een weg om onze Schepper te eren, om Hem onze vreugde en dankbaarheid kenbaar te maken. De wekelijkse zondagse vieringen staan doorgaans in dit licht.

► Vieringen zijn ook bedoeld om onze herinnering aan de grote dingen die God gedaan heeft levend te houden. Dit geldt niet alleen voor de grote feesten (Kerst, Pasen, Pinksteren), maar ook als we bijvoorbeeld de dag van onze bekering, doop of genezing vieren. Veel gemeenschappen vieren hun dies natalis, de dag waarop de gemeenschap is ontstaan, of een belangrijke gebeurtenis die men samen wil blijven gedenken. Dan komen de verhalen los van wat er allemaal gebeurd is. Het gemeenschappelijke verhaal bindt. Blijf daarom vooral deze voorvallen doorvertellen.

► Feesten bevorderen de gemeenschapsbeleving met God en met elkaar, ze vernieuwen de eenheid en de band met elkaar. Openheid voor het spontane is van groot belang voor de gemeenschap. ‘De volheid van de Geest mag niet door een strakke liturgie van de dienst beteugeld worden' (zegt de Lutherse theoloog Jürgen Moltmann).

► Het feest geeft energie, zodat het dienen geen zware last wordt, maar een vreugde.
Voordat het feest kan doorbreken moet een gemeenschap wel van alle ‘moeten' loskomen en zich spontaan kunnen uiten in gevoelens, ideeën en lichaamsbeweging. Geen bevrijdingsfeest zonder euforie. ‘Denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag' kon Jezus zijn lijden op Golgotha verdragen (Hebr.12:2).

► Een goed feest motiveert en zet aan tot actie. Mensen worden niet gemotiveerd door nood of beklagenswaardige omstandigheden, maar wel wanneer ze gaan zien hoe het zou kunnen zijn. De voorsmaak van het feest is de opmaat naar de revolutie.

Tot slot nog dit: een echt feest is geen evenement, maar een levenshouding, een gezindheid. ‘Bij de blijmoedigen is het altijd feest' zei een oude Indonesische zuster altijd, van wie ik veel geleerd heb. Het zicht op de verrezen Heer maakt het leven tot een feest, tot een feest dat over de dood heen reikt, een feest zonder einde.