Gebed en aktie

© copyright 1996, drs Gijs van den Brink

 

Hoeveel tijd moet je aan geestelijke zaken besteden en aan hoeveel aan sociale activiteiten? De verschillende accenten die hier gelegd worden brengen scheiding tussen mensen en zelfs tussen hele bevolkingsgroepen. Is het eigenlijk wel mogelijk dat gebed en actie in harmonie samengaan?
Allemaal hebben we vroeg of laat met deze vraag te maken, zowel individueel en als gemeenschap. We willen zoeken naar een bijbels antwoord.
De spanning kan ook anders verwoord worden, bijvoorbeeld met de woorden `verticaal en horizontaal' , spiritualiteit en engagement' of `God en naaste'.

 

Het laatste brengt ons bij het Bijbelse uitgangspunt van ons thema. Als Jezus de wet en de profeten samenvat, zegt Hij: `Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf'. (Mattheus 22:37-39)

Ons leven is dus fundamenteel te vergelijken met een ellips met twee brandpunten: God en de naaste. Enerzijds kennen wij de omgang met God, waarin we Hem leren kennen en liefhebben. Dit gebeurt door bidden, zingen en Bijbel lezen. Anderzijds kennen we de omgang met de naaste, waarin we ons toewijden om de naaste en de wereld te dienen. Dit gebeurt in de meest uiteenlopende vormen van allerlei acties. Zijn dit nu twee gescheiden circuits, of is er een relatie tussen beide? En zo ja, welke dan?

Gebed motiveert en geeft richting aan de aktie

Volgens de zojuist genoemde samenvatting van Jezus gaat het niet om engagement op zich, maar komt eerst het eerste gebod: God liefhebben. Vanuit deze liefdesrelatie krijgen we ook op de juiste wijze liefde voor Zijn schepselen en Zijn schepping. Vanuit de relatie met God en Jezus Christus kunnen we de wil van God voor ons leven leren verstaan. Naasten zijn er veel, de wereld is groot en de agenda van de wereld is nog veel groter. Dit kan mensen verlammen of passief maken of zelfs leiden tot cynisme en verbittering. De liefde voor God en het geloof dat we van Hem ontvangen hebben, bewaart ons voor deze valkuilen. Integendeel dat geloof inspireert ons om te dienen.

Maar waar en hoe? Dat is het tweede probleem. Weer is de relatie met de Heer de sleutel. Door te bidden leren we onze specifieke roeping en onze specifieke bediening verstaan. Er zijn ook vele geestelijke gaven en overeenkomstige bedieningen (Rom.12; 1Cor.12; Efez.4). Mede door deze gaven kennen wij onze specifieke roeping en onze dienst, waarmee wij de naasten en de wereld dienen.

Aktie verdiept de relatie met God

Maar er is niet alleen een bevruchting van onze acties door het gebed, er is ook een omgekeerde bevruchting, van onze acties naar onze relatie met de Heer. Dit heeft Jezus Christus ons heel duidelijk geleerd. Dat blijkt vooral uit twee passages in het Evangelie.

Ten eerste in Matt.5:23-24
`Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.'

Het altaar is de plaats waar de relatie tussen God en mens hersteld wordt door vergeving van zonden. De situatie is deze dat wij, actief als we zijn, iemand verkeerd behandeld hebben, zodat die persoon iets tegen ons heeft. Wij hebben dat nog niet in orde gemaakt en herinneren ons dat tijdens het gebed. Jezus leert ons nu het volgende: het is niet mogelijk met God verzoend te worden, d.w.z. een goede relatie met Hem te hebben, als we ons niet met onze naaste verzoenen, het met hem in orde maken. De gevolgen van onverzoenlijkheid zijn een geschonden relatie met God, wat leidt tot hartsverharding en verblinding. Weg liefdesrelatie met Jezus. Het omgekeerde is echter ook een feit. Verzoenen we ons met de ander, heeft dit direct gevolgen ten positieve voor onze omgang met God.

De tweede tekstplaats die ik wil noemen is Marc.11:25-26
`En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeve. Indien gij echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven.'

Hier is iets anders aan de hand: wij hebben iets tegen een ander, omdat die ander ons verkeerd behandeld heeft. Dit is veel moeilijker dan de vorige situatie, want i.t.t. daar staan we nu in ons recht! Hoe vaak maken geëngageerde mensen dit niet mee. Je zet je in voor God en de naaste en wat krijg je terug? Stank voor dank! (gelukkig geen regel). En wat gebeurt er? Je hebt iets tegen die ander. Jezus zegt dan dat het wel of niet vergeven van die persoon in direct verband staat met de vergeving waarmee God ons vergeeft! Dus in direct verband met onze relatie met God.

Het principe dat Jezus op deze twee plaatsen duidelijk maakt, is niet het wereldse idee `voor wat hoort wat'. Het is te vergelijken met de bloedsomloop in een organisch lichaam. Als de bloedcirculatie goed functioneert, is het lichaam gezond. Als deze ergens stagneert, treedt er een bloedstolling op en tenslotte de dood.

Conclusie

Gebed en actie ofwel spiritualiteit en engagement zijn niet te scheiden. Ze zijn niet los in de verkoop. Spiritualiteit zonder engagement bestaat niet, en als het zich aandient is het niet meer dan een zweverig, vroom, cliché-matig sfeertje. En actie zonder gebed, zonder te rekenen met het eerste gebod is als een auto zonder stuur, die wel rijdt, maar waarschijnlijk meer kapot maakt dan heelt. De samenvatting van de geboden zoals Jezus die heeft gegeven is het beste richtsnoer voor het door ons geschetste spanningsveld: God liefhebben met heel je hart en je naaste als jezelf.

Terug naar overzicht>>