Gemeenschap van goederen

© copyright 1996, drs Gijs van den Brink

 

De eerste gemeente

In onze tijd van individualisme en materialisme is het onderwerp `gemeenschap van goederen' zover uit het gezichtsveld verdwenen dat alleen een opwekking of een nieuwe reformatie het weer tot leven kan brengen. Maar alle opwekking begint met het serieus nemen van het Woord van God. Daarom willen de Bijbelse argumenten voor een leven in gemeenschap van goederen nog eens naar voren brengen.
Van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem en omstreken hebben we een ondubbelzinnig bewijs dat zij in gemeenschap van goederen leefde. Zo lezen we in Hand. 4:32-35,

`En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was een van hart en ziel, en ook niet een zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. ... Want er was ook niet een behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; 35 en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.' (zie ook Hand.2:43-47)

Maar is dit nu een eenmalig snel voorbijgaand iets geweest of is het juist een fundamenteel en onderscheidend getuigenis van de christelijke kerk. Was het alleen een plaatselijk initiatief van een paar christenen in Jeruzalem, dat al snel dood bloedde of was het van grote omvang en is het bedoeld als een blijvend teken van de aanwezigheid van het Koninkrijk Gods. Dat zijn de vragen, waarvoor we staan.

Misverstand

Eerst moeten we echter een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen. Het misverstand dat we hier te doen zouden hebben met iets dat vergelijkbaar is met communisme, dat wil zeggen met een communistische staatseconomie, of met socialisme. Je kunt natuurlijk vergelijken wat je maar wilt, maar in ons geval zijn de verschillen veel groter dan de overeenkomsten.

Ten eerste gaat het hier niet over de `staat', dus ook niet over een staatseconomie, maar over de `gemeente' van Jezus Christus, over `hen, die tot het geloof gekomen waren'. Ten tweede is er geen sprake van een bij de grondwet geregelde onteigening van eigendommen, maar hier worden bezittingen vrijwillig en uit liefde verkocht ten behoeve van de armen.

Hoe voorstellen?

We kunnen een en ander het beste verduidelijken aan de hand van de gezamenlijke maaltijden, die Lucas met name noemt (2:46). Dagelijks waren er gemeenschappelijke maaltijden aan huis. En dan gaat het om minstens 5.000 gelovigen in Jeruzalem en omstreken, want Lucas vertelt dat er ongeveer 5000 tot geloof waren gekomen (4:4). Als we veronderstellen dat er ongeveer 30 a 40 mensen per huis kwamen eten, dan betreft het minstens 100 huizen, waar dagelijks de tafels bediend werden! Voor een ieder, arm of rijk was er evenveel te eten.

Zo beseffen we ook wat een enorme organisatie dit veronderstelde om dit alles te regelen. Nu begrijpen we ook beter wat de apostelen even later, als de gemeente nog meer groeit, zeggen: `Het bevredigt niet dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen' (6:2). Maar wel blijkt hier overduidelijk hoe grote waarde de apostelen aan dit aspect van het gemeenteleven toekenden. Ze beschouwden het organiseren van de gezamenlijke maaltijden even belangrijk als de prediking!

Vervulling van het jubeljaar

Lucas refereert met zijn beschrijving van de eerste gemeente aan het sabbatsjaar, zoals we hierover lezen in Deut. 15:4 `er zal geen arme onder u zijn, want de Here zal u gewis zegenen ... Elk zevende jaar kende Israël een sabbatsjaar en elk zevende sabbatsjaar, dus elk 50-ste jaar een jubeljaar. In Lev.25:10-13 lezen we `Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren. ...In dit jubeljaar zal ieder van u zijn bezitting terugkrijgen'.

Jesaja (61:1-3) profeteert dat met de komst van de Messias dit jubeljaar, het jaar van het welbehagen des Heren, voor goed zal aanbreken. En Jezus zegt in de synagoge van Nazaret (Luc.4:16-21) nadat Hij dit gedeelte uit Jesaja heeft voorgelezen: `Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld.'

Maar wat is er nu precies vervuld met de komst van Jezus? Wat gebeurde er in het jubeljaar? We zetten het nog eens op een rijtje:
1. het land braak laten liggen
2. kwijtschelding van schulden
3. vrijlating van slaven en
4. teruggave van familie eigendommen, d.w.z. er vond een herverdeling van het bezit plaats.
Als dit vervuld wordt in het Koninkrijk van Jezus, betekent dit dat er daar geen mensen met schulden meer zijn, dat er daar geen slaven meer zijn en dat er daar ook geen verschil tussen rijk en arm meer is. En dat is precies wat wij lezen in Handelingen over de eerste christengemeenten. Op het eerste punt van zorg voor het land (milieu!) kunnen we hier niet ingaan.

Alle gelovigen priesters

Het algemeen priesterschap der gelovigen is een bekend artikel in onze geloofsbelijdenis. We lezen dit namelijk in 1 Petr.2:9
`Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [Gode] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht'.

Dus alle gelovigen worden in het Nieuwe Verbond beschouwd als priesters, terwijl dit in het Oude Verbond slechts een select gezelschap was, dat in direct contact met God mocht komen. Maar nu, na de komst van de Messias Jezus zijn alle gelovigen priesters en hebben een directe relatie met de Heer door de Heilige Geest. Het OT-isch priesterschap is dus vervuld in de NT-ische gemeente.

Maar wat is dan zoal kenmerkend voor een priester? Één van de vele kenmerken wordt genoemd in Num.18:20 `In hun land zult gij geen erfdeel hebben en een stuk land zal u onder hen niet ten deel vallen; Ik ben uw deel en uw erfdeel onder de Israelieten.' Priesters hadden dus geen bezit op aarde, God zelf was hun erfdeel, en daarmee de hele aarde. Het Nieuwe Verbond brengt de vervulling van dit priesterschap voor alle gelovigen (vgl. 1Kor.3:22-23), wat we in de praktijk zien gebeuren in de eerste gemeente, waarvan we lezen dat `ze alles gemeenschappelijk hadden'.

Het gemeentegezin

Het leven van de NT-ische gemeente is niet alleen een vervulling van het OT, maar ook een voortzetting van de leefwijze van Jezus en de twaalf. Jezus heeft geen materiële bezittingen voor zichzelf geclaimd. Hij en de twaalf leefden van een gemeenschappelijke beurs, die Judas beheerde (Joh.13:29). Ook andere volgelingen van Jezus gaven hun bijdragen aan deze gemeenschappelijke kas (Luc.8:1-3).
Ook de gezamenlijke maaltijden in de eerste gemeenten waren een voortzetting van de maaltijden die Jezus dagelijks met zijn discipelen gebruikte. Alleen was de Heer nu niet lichamelijk, maar in de Geest aanwezig.

Ten tijde van het NT en in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling kwamen de gelovigen samen in huizen. We lezen dan ook meerdere malen over de `gemeente bij hen aan huis' (Rom.16:5; 1Cor.16:19; Col.4:15). Uit het boek Handelingen weten we dat de kern van deze huisgemeenten bestond uit de zgn. `extended family', het uitgebreide gezin, waar naast vader, moeder en kinderen ook vaak grootouders, een paar ooms en tantes, en knechten toe behoorden. Daar werd gebeden, gezongen, geleefd, gegeten en geleden.

Niet de individu, maar het gemeentegezin stond centraal in de christelijke levenspraktijk. Zo leerde Jezus de discipelen bidden: Onze Vader die in de hemelen zijt ... Geef ons heden ons dagelijks brood (Matt.6:9,11). Het gaat om ons brood, niet mijn brood.
En Paulus zegt in 1 Tim.6:8 dat men niet zijn hoop moet vestigen op `onzekere rijkdom, maar op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft, om wel te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam...'.

Conclusie

Zo kunnen we samenvattend zeggen dat in het OT de gemeenschap van goederen werd onderwezen als een ideaal (jubeljaar) en werd gepraktiseerd door een select toegewijd gezelschap (priesters). De gemeente van het Nieuwe Verbond (NT) overtreft die van het Oude. Het ideaal is werkelijkheid geworden en wat eerst voor een select gezelschap was, is nu voor alle gelovigen weggelegd.

Terug naar overzicht>>