Kenmerken van christelijk onderwijs

Drs Gijs van den Brink (Zending Nu, juni 2009)

 

In het NT draait alles om de persoon van Jezus Christus en de prediking van het Koningschap van God. Dat is voor iedereen duidelijk. Iets scherper gezegd, het Koningschap van God openbaart zich in de persoon en de werken van Jezus. Zijn werken bestaan uit genezingen en onderwijs. Matteüs zegt over Jezus: ‘En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk' (Mat.4:23). Onderwijzen is evenals genezen een manifestatie van het Koninkrijk van God. Dat ook het onderwijs van de discipelen een onderdeel is van het Koningschap van Jezus, blijkt uit de woorden van Jezus die wij doorgaans het ‘zendingsbevel' of ‘de Grote Opdracht' noemen: ‘En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde (= Koningschap). Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb (SV Mat.28:18-19).

Onderwijs en doop

Een discipel van Jezus is iemand, die een persoonlijke relatie met Hem heeft en Zijn onderwijs ook weer aan anderen doorgeeft. Men wordt volgens de Grote Opdracht een discipel door 1. gedoopt te worden en 2. onderwezen te worden. Door de overgave in de doop belijdt men het eigendom te zijn van God. De doop is het begin van de weg met de Heer en is eenmalig. Het onderwijs is het vervolg en gaat steeds door, ons hele leven. De doop is ook een teken van overgave aan Jezus. Dat is een belangrijke voorwaarde om een goede leerling van Hem te zijn. Als we namelijk onszelf niet helemaal aan Hem toevertrouwen, zullen we ook niet erg genegen zijn naar Hem te luisteren en van Hem te willen leren.

Door de Geest geleid

In het Evangelie naar Johannes spreekt Jezus over een specifiek christelijk aspect van het onderwijs dat hij zijn volgelingen aanreikt. Een aspect dat onbekend is in ons seculiere onderwijssysteem. Hij belooft hen dat zij onderwezen zullen worden door de Geest. Daar spreekt hij over in Joh.14:26 en Johannes noemt dit ook in zijn brieven (1Joh.2:27).
Jezus zegt dat de Heilige Geest Zijn werk als Leraar zal voortzetten. De Geest zal de discipelen alles leren wat zij moeten weten om de taak, die hun is opgedragen, te kunnen volbrengen. Het werk van de Geest is erop gericht om over alles wij al van Hem gehoord hebben, d.w.z. in het Evangelie gelezen hebben, het volle licht te laten schijnen (vgl. 16:13). Wat wij bij het eerste horen of de eerste lezing nog niet zo goed begrijpen, dat zal de Geest ons duidelijk maken. Jezus zegt hier niet dat onderwijs in de gemeente overbodig is, maar wel dat het onmogelijk is zonder het licht van de Geest. Alleen door de Heilige Geest kunnen wij vanuit het Woord een zinnige toepassing geven. Een voorbeeld uit het NT: alleen door de Geest geleid kon Petrus naar aanleiding van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag leren: "Dit is het waarover gesproken is door de profeet Joël (Hand.2:16; zie ook bv. 4:10-11). Zonder het geloof dat Jezus de Messias is en zonder de leiding van zijn Geest is het niet mogelijk de gemeente en de wereld te onderwijzen zoals Jezus ons heeft opgedragen.

Onderwijs van apostelen

Lucas noemt vier belangrijke punten waardoor de eerste christelijke gemeenschap werd gekarakteriseerd (Hand.2:42). Daarin bleef de gemeente volharden. Daaronder valt als eerste dat de gelovigen zich lieten onderwijzen door de apostelen en dat zij gehoor gaven aan dat onderricht. Hier zien we hoe de opdracht van Jezus in de dagelijkse praktijk van het gemeenteleven van de eerste gemeente functioneerde. Een totaal nieuwe levensstijl is daarvan het gevolg. Zo beschouwde bijvoorbeeld niemand zijn bezittingen als persoonlijk eigendom, ze deelden ervan uit naar ieders behoeften en dagelijks kwamen ze bij elkaar voor de gemeenschappelijke maaltijd en stonden in de gunst bij heel het volk (2:44-47). Hier zien we de missionaire gemeente ten voeten uit. Wat een geweldig voorbeeld voor de omgeving! Het onderwijs gebeurde op allerlei plaatsen, in de tempel (4:1,2; 5:20,21,25,42), maar ook aan huis (5:42), in de synagoge (19:8), in een zaaltje (19:9) en in het openbaar (20:20).

Voorbeeldfunctie

Er is sprake van een voorleven in de breedste zin van het woord. Dit is ook de bedoeling van God met de gemeente. Zo heeft Jezus zijn discipelen het leven met de Vader voorgeleefd en Paulus de gelovigen en vooral zijn naaste medewerkers als Timotheüs en Titus.
Een vader verwacht dat zijn kinderen zijn voorbeeld navolgen. Vanuit deze relatie kan Paulus dan ook zeggen: ‘wordt mijn navolgers' (1Kor.4:16; vgl. 11:1; Fil.3:17; 1Thess.1:6; 2Thess.3:7-9). In het verband waarin deze uitspraken staan, zijn ze beslist niet hoogmoedig of zelfingenomen. Het gaat namelijk steeds om het navolgen van de apostel in een houding van nederigheid en zelfverloochening en met de bereidheid tot lijden. Een houding die Paulus op zijn beurt heeft overgenomen van de Here Jezus Zelf (Fil.2:5-8).


Tegen Timoteüs zegt Paulus: ‘Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid' (2Tim.4:12). Paulus wil dat Timotheüs een voorbeeld is voor de gemeente in woord, gedrag en gezindheid.
Hier ontpopt zich een ander belangrijk verschil met seculier onderwijs. Een bijbelleraar dient vooreerst zelf te leven volgens de principes die hij anderen onderwijst. Het gaat hier namelijk niet enkel om theoretisch, cognitief onderwijs, maar om de levensschool van God waaraan zowel de leraar als de leerling deelnemen. En deze school duurt een leven lang en omvat alle terreinen van het hele leven, van kerk tot en met werk, van zowel uiterlijk als innerlijk, van motieven tot en met geldzaken, van sport en vakantie etc. Over alles wat bij het leven hoort wil Jezus Christus zijn heerschappij doen gelden.

Inspireren en uitnodigen

Tot slot een paar woorden naar aanleiding van het advies van de apostel Petrus in 1Pet.5:2-3. Een geestelijk leider die Jezus volgt in zijn wijze van onderwijs, laat Gods licht niet schijnen door het uitoefenen van macht en het opleggen van regels, maar wel door 1. een vaste geloofsovertuiging, 2. een goed voorbeeld en 3. een vrijmoedig getuigenis.
Goed voorbeeld doet goed volgen. Leef je eigen overtuiging zo uit dat het anderen inspireert en uitnodigt tot navolgen. Dat is zo binnen de gemeente, maar ook juist daarbuiten in de samenleving, op je werk, in de buurt, in de stad en waar je ook maar bent of komt.