Politieke opdracht van de gemeenschap

©  copyright  2001,  drs Gijs van den Brink

 

Als we het over politiek hebben, waar hebben we het dan over? Er worden globaal drie definities van politiek gegeven.

De tweede definitie is veelal de populaire (ten onrechte?) gedachte die er onder het volk leeft. De derde is geliefd onder politici en bestuurders. Maar de eerste heeft de oudste papieren, sluit het beste aan bij het woordgebruik politeia (het burger zijn van een stad of staat, burgerschap) en politeuo (zich als burger gedragen) en komt overeen met de wijze waarop de apostelen in het NT hierover spreken. Politiek is in de kern de wijze waarop mensen met elkaar omgaan en hoe besluiten in een gemeenschap worden genomen.

Politiek en samenleving

We kunnen onmogelijk over politiek spreken zonder tegelijk of eerst iets te zeggen over de moderne samenleving waarin wij leven. Heeft er eigenlijk wel iemand een duidelijk overzicht hoe deze in elkaar steekt? Men spreekt over haar in verschillende beelden: netwerksamenleving, informatiesamenleving, multiculturele samenleving. Er zijn heel veel aspecten die een rol spelen. De samenleving is zo ingewikkeld geworden dat er al wordt gesproken over de 'moderne onoverzichtelijkheid'. In een recente publicatie van de ChristenUnie/1 zet Roel Kuiper een aantal zaken op een rijtje. Hij noteert de volgende typerende kenmerken: individualisering, globalisering, lokalisering, informatisering en horizontalisering.

Terwijl de schaal van handelen steeds mondialer wordt, worden de sturingsmogelijkheden steeds lokaler. Een enkele computerfanaat kan met een virus het hele 'world wide web' platleggen. Zo is het ook in de samenleving, de macht ligt niet meer hoog, maar laag. Er liggen daarom meer en meer kansen op lokaal vlak, ook voor kerken en christelijke gemeenschappen. Burgerzin en privaat initiatief worden gewaardeerd.

Maar er zijn ook duidelijk bedreigingen en één daarvan is dat het gemeenschappelijke verdwijnt uit onze cultuur. Daarom legt de Christenunie in haar notitie o.a de nadruk op de samenbindende betekenis van sociale verbanden. Onze samenleving kent veel kortstondige zakelijke relaties. Daarvoor is een tegenwicht nodig in duurzame sociale relaties van huwelijk, gezin en christelijke gemeente of gemeenschap. Daar leren mensen op intensieve wijze verantwoordelijkheid te nemen voor anderen. En dat is de kern van ons politieke bezig zijn.

Gaan kerk en politiek samen?

In het Grieks buiten het NT is het woord ekklesia (kerk) het gewone woord voor de officieel bijeengeroepen vergadering van de burgers in een stad, voor politieke doeleinden.
De eerste christenen kwamen samen in gewone huizen, daar waar men leefde en werkte en men noemde het samenzijn niet de christelijke tempel of de christelijke synagoge, maar men duidde het met de term ekklesia.

Hauerwas en Willimon/2 stellen dat de christelijke gemeenschap geen politieke of sociale strategie hééft, maar ís. Zij zien de politieke hoofdtaak van de kerk niet in de persoonlijke verandering van de individuele mens of het verbeteren van de maatschappij, maar in het vormen van een model-samenleving, een christelijke gemeenschap als het radicale alternatief. Plaatsen waar mensen trouw zijn in hun relaties, hun vijanden liefhebben, de waarheid vertellen, de armen ondersteunen en zo getuigen van de verbazingwekkende levens-veranderende kracht van God en het nieuwe leven door Jezus Christus. Dit is de belangrijkste politieke bijdrage van de kerk aan de wereld. Maar moeten christenen ook niet proberen de maatschappij te veranderen?

Moeten wij de maatschappij veranderen?

Bij politieke acties denken wij aan wereldverbeteraars en revolutionaire lieden. En terecht natuurlijk. Maar wat is eigenlijk het doel van een christelijke activist?
Het bouwen aan het nieuwe huis van het Koninkrijk van God is belangrijker dan het veranderen van het bouwwerk van de bestaande maatschappij. Natuurlijk betekent dat ook 'nee' zeggen tegen de zonde in het heden, tegen armoede en onrecht, tegen verspilling en uitbuiting. Er is ook gevecht en boycot, zowel op geestelijk als op maatschappelijk en economisch vlak. Maar dat zijn, met de woorden van Luther, de werken van de linkerhand. Met de rechterhand mogen we ons nu al de toekomst van het Koninkrijk van God toe-eigenen, waar zieken genezen, boze machten worden uitgedreven en armoede en onrecht niet meer bestaan (Hand.4:32-35).

Het Koninkrijk in de praktijk

Maar hoe kan zo'n Koninkrijks-benadering er nu in de praktijk uitzien? Naast allerlei verschillende activiteiten kunnen we drie grondlijnen aangeven./3

1. Wees ter plekke aanwezig. We zijn ongehoorzaam aan de Schepper als we de wereld links laten liggen. Getuige zijn van Jezus Christus op veilige afstand kan niet. Breng een offer. Er wordt van ons verwacht dat wij evenals Jezus Christus 'vlees worden', mens worden met en onder de mensen.

2. Betoon medeleven. De grote opdracht om het Evangelie te verkondigen (Matt.28) moet gepaard gaan met de grote opdracht om medeleven te betonen (Matt.25). Evangelisatie zonder praktische hulp is contra-productief. Mensen zijn meer dan 'oren en zielen'. Onverschilligheid in praktische zaken is zonde. Als je weet goed te doen, maar het niet doet, is dit zonde (Jac.4:17). Jezus is onze Redder en ons Voorbeeld.

3. Geef blijk van geloofwaardigheid. Hoe men hoort is afhankelijk van wat men ziet. Er is grote behoefte aan geloofwaardige boodschappers die geloofwaardige gemeenschappen vertegenwoordigen. Alleen dan is er sprake van een geloofwaardige boodschap.

Om deze geloofwaardigheid wat scherper te duiden wil ik de zeven zonden noemen, zoals deze door Mahatma Gandhi zijn geformuleerd. Is het niet opmerkelijk dat deze zaken door een niet-westerling zijn geformuleerd? Is het niet een teken dat wij wel de splinter in het oog van een ander zien, maar niet de balk in het eigen oog? Een feit is dat de dingen die hij noemt in onze cultuur maar mondjesmaat worden onderkend.

Zonde is:


Leefgemeenschappen en politieke structuren

Maar politiek heeft toch ook te maken met structuren en structurele veranderingen, zult u vragen. Hoe draagt ons geloof nu bij aan structurele veranderingen? Hierover heeft de Nederlandse missioloog J.C. Hoekendijk veel nagedacht. Van hem komen de volgende adviezen/4. Blauwdrukken zijn er niet, maar wel gemeenschappelijke perspectieven:

1. Accepteer verscheidenheid. Eén model bestaat niet, heeft nooit bestaan en zal nooit bestaan. Niet alleen aanvullende structuren zijn nodig, maar ook tegenstemmen. Naast instituten of organisaties die de overheid aanvullen, moeten er ook gemeenschappen zijn die een radicaal alternatief nastreven.

2. Neem een authentieke levensstijl aan. Alternatieve structuren zijn alleen radicaal als ze blijken in een authentieke levensstijl en zo mee vorm geven aan het leven. Paulus gebruikt hiervoor het woord politeuo, zich als burger gedragen. Hij zegt: 'u moet zich als burger gedragen waardig het Evangelie van Christus' (Fil.1:27). Hij heeft het over deel uit maken van de polis, dus van de maatschappij, en wel op een wijze die het Evangelie waardig is.

3. Probeer experimentele structuren. 'Wij zullen niet weten wat we niet doen'. Deze uitspraak van Bonhoeffer is gebaseerd op een uitspraak van Jezus. Wie de wil van God wil kennen moet hem doen (zie Joh.8:31-32). Er zit iets zieligs, zelfs iets ziekelijks in het bedenken van abstracte modellen. Wij maken deel uit van een steeds veranderende geschiedenis en moeten daarbinnen onze weg vinden. Met andere woorden, alle vormen en modellen zijn experimenteel.

Ik hoop dat het voorgaande u inspireert om de hand aan de ploeg te slaan en te gaan zaaien en planten volgens de principes van het Koninkrijk van God. Misschien mogen we dan hier en nu meer proeftuinen zien verschijnen en bovendien hebben wij de belofte dat op een zekere dag Jezus Christus zal terugkeren naar de aarde om er zijn Koninkrijk definitief te vestigen. Wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Terug naar overzicht>>

Noten

1. R. Kuiper, De dienst van de samenleving, februari 2001
2. S. Hauerwas, W.H. Willimon, Resident Aliens, Nashville 1989, 1991
3. Volgens Peter Kuzmiz uit Croatië op de 'Amsterdam 2000' conferentie voor rondreizende evangelisten.
4. J.C. Hoekendijk, Radicale alternatieven, 1976