Vrije vormen van kerk-zijn

Zeven inhoudelijke aspecten

 

©  copyright  2007,  drs Gijs van den Brink

Geloven mag weer en staat zelfs in de belangstelling, maar het instituut kerk blijft geconfronteerd met een daling van haar leden. Nieuwe kerkvormen komen op, huisgemeenten, celgroepen, christelijke vriendengroepen en andere vrije vormen van gemeenschapsleven. In welke zin onderscheiden de nieuwe vormen zich van de traditionele? We noemen zeven aspecten.

1. Een netwerk

De Evangelische beweging is een netwerk van veel meest onafhankelijke groepen en gemeenten. Er is geen organisatorische of institutionele beperking voor het vormen van een nieuwe geloofsgemeenschap. Vergelijk het met het publiceren van een boek via een uitgever of via het internet. Het eerste is moeizaam, het tweede gemakkelijk. Dit sluit aan bij het ontstaan van de eerste gemeenschappen rondom het optreden van Jezus in de eerste eeuw.

Bijvoorbeeld bij de gemeentes waar het Evangelie naar Mattheüs circuleerde, waarin we lezen dat twee of drie personen voldoende is om als volgelingen van Jezus een gemeenschap te vormen (Mat.18:20). Dit karakter zet zich voort in de eerste gemeenten, zoals in de dagelijkse huissamenkomsten rondom een maaltijd in Jeruzalem (Hand 2:41-47).

2. Iedereen mag leiding geven

De meeste leiders in evangelische groepen zijn geen theoloog, maar wel sterk in communiceren van het Evangelie, leiding geven, pastoraat en andere belangrijke kwaliteiten.
Iedere christen kan in principe een leider of voorganger zijn, mits hij de gaven daartoe bezit. De meeste evangelische gemeenschappen kennen een charismatische vorm van leiderschap.

Allen hebben immers de Heilige Geest ontvangen en die Geest rust de gelovigen toe. Dat kunnen mannen zijn, maar ook vrouwen, jonge mensen, oude mensen (zoals ook Petrus in Hand.2:16-18 zegt). God maakt geen onderscheid in geslacht, in leeftijd of in sociaal milieu! Allen kunnen profeten zijn, d.w.z. een directe relatie met God hebben en door de Heilige Geest namens Hem spreken. Niet ambten en intellect, maar bedieningen en charisma vormen het hart van het gemeenteleven. Het algemeen priesterschap van gelovigen wordt hier zeer fundamenteel geleerd en beleefd.

3. Niet alleen geloven, maar ook doen

In de basisgemeenschappen, zoals we deze vrije vormen van kerk-zijn 20 jaar geleden noemden, wordt veel aandacht besteed aan het navolgen van Jezus. Denk aan het wijd verbreide model van de Alpha en Beta cursussen. Een volgeling van Jezus Christus zijn is meer dan alleen geloven dat de verlossing ons uit genade is geschonken.
Zie bv. het recente boek van Hans van der Lee, ‘Volg jij mij, hoe je groeit in radicaal discipelschap' (Ark boeken), waar alle aspecten van het leven tot en met huwelijksleven, omgaan met milieu, maar vooral ook met geld (de mammon) in het kader van discipelschap worden besproken.

4. Het verlangen naar een opwekking

Het houden van gebeds- en lofprijsdiensten. Een vooruitgrijpen op de eredienst in de hemel. Er zijn ook veel ongelovigen die in deze diensten een hemels aspect ervaren. Ze brengen de hemel dichter bij de aarde. Deze lofprijsdiensten zijn aantrekklijk voor buitenstaanders. Ze houden verband met het breed gedragen verlangen naar een opwekking en een uitstorting van de Heilige Geest. Hand 2 wordt gezien als de eerste opwekking.
Voor de duidelijkheid: een opwekking kun je niet organiseren of berekenen, maar wel verwachten. En de verwachting en het verlangen naar meer van Gods Geest is op zich al een teken dat de Geest werkt.

5. Nadruk op de werking van de Geest en de Geestesgaven

Belang hechten aan de leiding en werking van de Heilige Geest in je leven. Dagelijks wordt om die leiding gebeden en om de volheid van de Geest. Dit maakt dat veel gelovigen in de nieuwe gemeenschappen gedreven mensen zijn. Ze zijn tot grote offers bereid als dit nodig.
Veel nadruk wordt ook gelegd op de Geestesgaven. Elke gelovige heeft in principe een of meerdere gaven. Er is een enorme diversiteit aan gaven, maar ze hebben alle één ding gemeen, het zijn heilsgaven, ze worden gegeven tot heil van de gemeente, tot dienst aan de ander. Het mag duidelijk zijn dat deze nadruk leidt tot dienen en vrucht dragen.
In het benadrukken van ieders gaven blijkt ook weer het basale principe van het algemeen priesterschap van gelovigen.

6. Gemeente als ‘Lichaam' en huisgezin

Van de gaven komen we op de gemeente als organisme. De metafoor van het ‘Lichaam van Christus' wordt heel concreet opgepakt en sterk benadrukt. Gemeente is geen instituut, maar een organisme, elk lid telt en heeft gaven van de Geest om te dienen.
Ook het beeld van de gemeente als huisgezin van God krijgt nadruk: één grote familie.
Ook van Wesley en de methodisten is het werken met kleine huisgroepen overbekend. Deze waren van essentieel belang bij de grootschalige opwekking in zijn dagen.

De messiaanse Jezusbeweging in de eerste eeuw was geen voortzetting van tempel of synagoge. Het heil van Jezus verspreidde zich niet via bestaande instituties, maar via de huizen (oikos is Grieks voor ‘huis') van gewone gelovigen. De Rotterdamse econoom Arjo Klamer heeft meerdere malen gewezen op de oikos naast markt en overheid. De oikos is de plaats waar zorg en liefde heerst, waar mensen zich geborgen weten. De oikos heeft een eigen logica. Leden ervan rekenen niet af en ruilen niet op basis van het voor-wat-hoort-wat principe. De groei van huisgroepen en alternatieve kerkvormen houdt verband met de behoefte aan deze oikos-factor.

7. Sociale zorg

Hulp aan vluchtelingen, een warm nest voor eenzame mensen, hulp bij financiële noden. Directe hulp aan en betrokkenheid bij zendings- en sociale projecten in 2e en 3e Wereld. (doorgaans zonder bemiddeling van landelijke organen als TearFund en ICCO).
De zorg voor minder bedeelden en verslaafden is meer dan eens een aantrekkingskracht.
Het is niet anders als in de eerste gemeente in Jeruzalem, waar de dagelijkse maaltijden (Hand.2:46) in naar schatting tussen de 150 en 200 huizen ook mede reden geweest zullen zijn voor de enorme groei van deze huisgemeenten.

Vorm alleen niet voldoende

Geloof in een God van wonderen, een God die Jezus heeft opgewekt uit de dood. Dat Hij zich bemoeit met ons wordt regelmatig bevestigd door het getuigenis van mensen van wie hun leven totaal veranderd is of die genezen zijn of bevrijd van een verslaving.
De aanwezigheid van veranderde mensen is een Evangelie zonder woorden en bevestigt het Evangelie dat verkondigd wordt aan de keukentafel.
Leefgemeenschappen vallen qua vorm onder deze meer vloeibare vormen van kerk-zijn. Maar pas op, met de vorm alleen zijn we er nog niet. André Bikker formuleert een zevental zeer belangrijke opmerkingen voor leefgemeenschappers om hun gemeenschap levend, vloeibaar en vruchtbaar te houden (Vloeibare kerk).