Twee handen die mij optilden

 

Ik ben geboren als moslima, maar ik heb het moslim geloof nooit gepraktiseerd. Toen ik nog geen christenen kende hoorde ik wel van huiskerken en van mensen die daarheen gingen. Ik was heel verbaasd, "Hoe kan iemand nu de Islam verlaten?"

 

Een oom van mij die al 13 jaar in Londen woont is christen. Ik bekritiseerde hem altijd als ik met hem sprak. Als moslim verdedig je de Islam altijd, ook al doe je in de praktijk niets aan het geloof.
In Nederland bezocht ik een Bijbelkring. Ik maakte ijverig aantekeningen want ik wilde hen laten zien dat het christelijk geloof niet waar was. Ik probeerde hele moeilijke vragen te stellen. In het AZC kreeg ik bezoek van mensen die over Jezus wilden praten. Ik accepteerde hen niet en verdedigde nog steeds de Islam. Ik was daar trots op. Nu denk ik dat Jezus toen al onbewust in mij aan het werk was. Ik vond de Nederlandse mensen aardig en eerlijk.


Ik kom uit een goed gezin, maar ik was nooit tevreden. Ik wilde altijd meer bereiken op elk gebied. Ik was erg zeker van mijzelf en trots op mijzelf, ik had geen Islam of godsdienst nodig. Maar de onrust in mij bleef.
Ik ben samen met mijn moeder naar Nederland gekomen, maar na vijf maanden ging mijn moeder terug naar Iran. Toen begonnen voor mij de problemen en de stress. Voor de eerste keer in mijn leven was ik helemaal alleen. Mijn procedure liep ook niet goed en ik zakte steeds verder weg. Ik kreeg nachtmerries en moest soms plotseling erg huilen. Iedereen zag aan mij dat het niet goed ging.


Ik deelde op het AZC een kamer met een meisje dat christen was. Op een keer kwam er een vriend van haar die ook christen was. Hij heette Ismael. Ik was niet geïnteresseerd in hun gesprek, ik hoorde het niet eens, ik was veel te moe. Na enige tijd vroeg Ismael mij: "Kom toch met ons praten, want je hebt het moeilijk". Ik was onverschillig en in de war. Ik beschuldigde iedereen en haatte iedereen. Zij vroegen of ze voor mij mochten bidden. Dat vond ik goed, ik hoopte wel dat het snel voorbij zou zijn. Zij legden hun handen op mij, de een stond voor mij en de ander achter mij. In het begin luisterde ik niet, maar zij bleven bidden. Opeens hoorde ik Ismael de naam van Jezus noemen. Hij gebood alle pijn en verdriet uit mij weg te gaan in de naam van Jezus. Ik voelde dat dit ook zo gebeurde, de pijn ging weg en ik begon te huilen. Terwijl zij verder baden, opende ik mijn ogen en zag twee handen die mij wilden optillen. Toen viel ik flauw. Het was heerlijk om weer bij te komen, ik huilde van blijdschap. Ik merkte dat ik geen zorgen meer had, de problemen waren er niet meer. Na twee of drie dagen van gebed, vol van vrede, had ik nog niets in de Bijbel gelezen. Ik weet nog wel dat Ismael met de woorden uit Psalm 27 voor mij bad: "Al hebben mijn vader en moeder mij verlaten, toch neemt de Here mij aan" (Ps.27:10).


In ons AZC kwam toen een Iraans gezin wonen dat christelijk was. Ik begon hen nu serieus vragen te stellen op zoek naar de waarheid. Ik heb veel met hen gepraat en de bijbelkring bezocht. Ik was nu echt geïnteresseerd en kwam niet meer om moeilijke vragen te stellen. Na twee of drie maanden was ik overtuigd van het christelijk geloof en wilde ik mij laten dopen. De voorganger van de kerk waar ik kwam was het hiermee eens en kort daarna ben ik gedoopt.


Wat is er daarna met mij gebeurd? De situatie is niet veranderd, de procedure en de financiën zijn nog steeds moeilijk. Maar ik heb wel vrede gevonden. Ik bid tot Jezus en Hij zegt: "klopt en de deur zal geopend worden". Ik ervaar nu stabiliteit in mijn leven. Dit is niet altijd zo geweest. Soms was ik heel vurig in mijn geloof in Jezus, soms koud en dan wankelde ik door de problemen die ik tegenkwam, maar steeds stond ik weer op. Door vallen en opstaan heeft Jezus mij geleerd om Hem trouw te blijven. Ik was zondig en egoïstisch, maar Jezus leert mij om dicht bij Hem te blijven. Ik ben nu vol liefde voor Hem en voor mijn broeders en zusters van de Elim gemeente.

Maryam