De gemeente als vriendenkring

Gijs van den Brink, Studiebijbel Magazine 1.3, 2008

 

Er worden in het Nieuwe Testament verschillende beelden of modellen van de gemeente beschreven. De gemeente wordt voorgesteld als Gods huisgezin of als een hemelse realiteit  (Efeziërs) of als het ‘lichaam van Christus'. Al deze beelden vinden we in de synoptische evangeliën en bij de apostel Paulus, maar welk beeld van de gemeente krijgen we in het evangelie naar Johannes? Hoewel de daar getekende gemeentevorm heel geliefd is, wordt deze meestal niet als model in het rijtje van hierboven meegenomen. Ik heb me daar regelmatig over verbaasd. Wij willen in een korte inleiding de gemeentevisie in het evangelie naar Johannes beschrijven.

 

De gemeente als vriendenkring van Jezus

 

Door het volk werd Jezus een ‘vriend van tollenaars en zondaars' genoemd (Luc.7:34).
De meeste nieuwtestamentici gaan ervan uit dat Johannes bekend is met een mondelinge overlevering m.b.t. woorden en werken van Jezus. Het ligt dan ook voor de hand dat we op veel plaatsen in het evangelie naar Johannes overeenkomsten vinden met de eerste drie evangeliën. Dat is ook het geval wat betreft de vriendenkring. In Joh.15:13-15 verklaart Jezus zichzelf een vriend van zijn discipelen en roept hij hen tot het nieuwe leven van vriendschap: ‘Ik noem jullie niet meer slaven, want de slaaf weet niet wat zijn heer doet; maar jullie heb Ik vrienden genoemd'. De gelovigen zijn dus vrienden van Jezus (vgl. Luc.12:4, Ik zeg u mijn vrienden, vreest niet hen ...).

 

Niet exclusief, wel gehoorzaam

 

De vriendschap met Jezus is niet een vriendschap van gelijken, maar tussen Meester en leerling. Vandaar dat gehoorzaamheid van de kant van de gelovigen in deze vriendschap ook essentieel is (Joh.15:10,12). ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad' (Joh.15:12). Hoewel deze vriendschap met Jezus geen gelijkheid met zich mee brengt, is het toch een relatie van wederzijdse vriendschap.

Omdat Jezus zijn vriendschap met de discipelen model stelt voor hun onderlinge vriendschap is hier sprake van een gemeentevisie. De gelovigen zijn in de ogen van Jezus vrienden van Hem en van elkaar. Deze vriendschapsrelatie van gelovigen onderling naar het voorbeeld van Jezus mag echter niet exclusief uitgelegd worden. Jezus verwerpt de exclusieve vriendschapsrelaties (alleen jij en ik), die gebaseerd zijn op het principe van wederkerigheid (ik voor jou als jij voor mij). Hij verwacht dat wij een vriend zijn voor allen, maar met name voor de armen en de eenzamen, zoals zo treffend verwoord wordt in Luc.14:12-14,

‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.' (NBV)

Ook in het evangelie naar Johannes, waar de onderlinge vriendschap benadrukt wordt, is deze gerichtheid op de wereld aanwezig: ‘Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden. ...' (Joh.17:22-23, NBV).

 

Voorbeelden van vriendschap

 

In het evangelie kun je ook voorbeelden van vriendschap vinden. We noemen er een paar.

 

Messiaanse vriendschap

 

Door dwang en geweld of verwaarlozing gaan menselijke relaties stuk, maar vriendschap heelt en houdt ze in leven. Tussen vrienden regeert geen doelstelling of wet, maar alleen de belofte, de trouw en de openheid voor elkaar. Een vriend helpt je zonder dat er een beloning verwacht wordt. Een vriend kun je vertrouwen.

De messiaanse vriendschap zoals deze is geïnitieerd door Jezus in zijn vriendenkring kent drie bouwstenen.

1. Ten eerste de liefde, in de zin van je leven inzetten voor je vrienden (Joh.15:13). Deze liefde vraagt om trouw en zelfverloochening. Door de opofferende liefde van Jezus werd de gemeente gesticht, door onze liefde zal zij groeien en bloeien.

2. De tweede bouwsteen is de waarheid, dat wil zeggen de geboden van de Heer (Joh.15:10,14). Als waarheid ontbreekt, ontspoort vriendschap naar wereldse normen en opvattingen over liefde. Zelfs de zuiver intermenselijke vriendschap kan niet zonder waarheid en eerlijkheid. Er is een gezegde dat stelt: ‘een vriend is hij die je tijdens je leven zegt wat anderen na je dood vertellen.'

3. De derde bouwsteen van messiaanse vriendschap is mededeelzame openheid. Jezus noemt in Joh.15:15 twee aspecten van vriendschap: delen en openheid. ‘Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.' Hij heeft alles met zijn vrienden gedeeld wat Hij van de Vader ontvangen had, zowel geestelijk als materieel. Er was bij Hem een volledige openheid en transparantheid. Open, transparant en mededeelzaam zijn de kenmerken van Jezus' vriendschap, die Hij ook in ons wil laten groeien. Als iemand een persoonlijke relatie met deze Vriend, Jezus Christus, heeft gekregen, zal hij of zij ook zelf een open hart krijgen voor anderen. Alleen dan  kan de vriendschap van Jezus ook onder de mensen gestalte krijgen. Dan vervagen de maskers en is het ‘niet meer ik maar Christus leeft in mij'. Dan is een nieuwe mens en een nieuwe mensheid geboren. Dit zal zich volmaakt voltrekken bij de wederkomst van Jezus. We leven nu ‘tussen de tijden', d.w.z. in de tijd waarin het Koninkrijk zich al wel, maar nog niet volmaakt manifesteert. Dat moeten we ook bedenken wanneer we over messiaanse vriendschap spreken. Het ‘nog niet' is nu vaak de harde werkelijkheid, maar we mogen ons tegelijkertijd verheugen in de tekenen van waarachtige vriendschap, die op die Grote Dag wereldwijd de status quo zullen bepalen!