Is het literaire genre een betrouwbaar criterium?

Een onderzoek naar het genre van het boek Openbaring

 

Drs Gijs van den Brink, 2001 (B&W)

 

In de discussie rondom het schriftgezag komt voortdurend de rol van het genre van de tekst ter sprake. Volgens sommigen is de genrebepaling van doorslaggevende aard voor de uitleg van een schriftgedeelte. Het artikel van Paas hierover in B&W (over ‘Schepping en historiciteit'[1]) wordt ingeleid met de opmerking dat wij ‘de bedoeling van teksten slechts kunnen benaderen als wij eerst begrijpen tot welk literair genre ze behoren'. De vorm van een tekst bepaalt volgens hem in hoge mate de betekenis. Het is dus van het grootste en allesbepalende belang om van elke tekst op voorhand het genre vast te stellen. Ik betwijfel sterk of we hiermee een werkbaar criterium gevonden hebben en zal proberen dit aan de hand van het boek Openbaring duidelijk te maken[2].

Vaak wordt op voorhand gesteld dat het boek Openbaring tot het genre van de apocalyptiek behoort en dus niet op dezelfde wijze als de oudtestamentische profeten uitgelegd dient te worden. Maar het is nog maar de vraag of dit uitgangspunt juist is. Dat moeten we onderzoeken.

Als we het woord ‘apocalyps' als uitgangspunt nemen, moeten we erkennen dat het boek Openbaring zichzelf één keer ‘apocalyps' noemt (1:1), en vijf keer ‘profetie' of de ‘woorden van de profetie (van dit boek)' (1:3; 22:7,10,18-19 en mogelijk 19:10). Dus hoewel Johannes zichzelf nergens een ‘profeet' noemt, noemt hij het verslag van zijn visioenen wel een profetisch geschrift.

Dit roept de vraag op of Johannes een onderscheid heeft willen maken tussen de twee termen of dat volgens hem ‘profetie' een omschrijving is van ‘apocalyps'. De overgang van ‘apocalyps' in 1:1 naar ‘profetie' in 1:3 suggereert dat de twee woorden door hem min of meer identiek gebruikt worden.  Het boek Openbaring lijkt zichzelf te presenteren als een openbaring die aan Johannes is gegeven en die hij, niet anders dan de profeten van het Oude Testament, te boek heeft gesteld.

Evenals de profetieën van oudtestamentische profeten vaak werden vooraf gegaan door een roepingsvisioen van de profeet (Jes. 6:1-13; Jer. 1:4-19; Ezech. 2:1-3:15), zo gebeurt dit ook bij Johannes (1:9-20 en 10:1-11). En evenals de boodschap van de profeten van het Oude Testament is die van Johannes ingebed in de heilsgeschiedenis,  gebaseerd op en geworteld in de heilsdaden van God in het verleden. Voor Johannes is dit het verlossingswerk van God in Jezus Christus.

Toch wordt door de moderne onderzoekers vaak in een andere richting gedacht. Ze classificeren het boek Openbaring onder de ‘apocalyptische litteratuur'. Waarom dit gebeurt, of dit juist is en wat de consequenties hiervan zijn willen we nu bespreken.

 

Profetie of Apocalyptiek?

In de zogenaamde apocalyptische literatuur vind men openbaringen of onthullingen (in het Grieks apokalupsis) over de hemel en de geschiedenis, en dan met name over het einde van de geschiedenis (hierover straks uitvoeriger). Het spreken over ‘apocalyptische litteratuur' ligt enigszins voor de hand omdat we nogal wat van dit soort geschriften kennen uit de tijd tussen 200 vóór en 200 ná Christus.

Ten eerste hebben een aantal joodse geschriften, bijvoorbeeld 1 en 2 Henoch, 2 en 3 Baruch, 4 Ezra, de Apocalyps van Abraham , het Testament van Abraham en het Testament van Levi 2-5. Maar ook in het vroege christendom werd de naam Apocalyps gebruikt voor boeken met visioenen. Zo horen we bijvoorbeeld van de ‘Apocalyps van Petrus', de ‘Apocalyps van Paulus' en de ‘hemelvaart van Jesaja'. Dat de christelijke boeken uit de tweede eeuw ná Christus ‘Apocalyps' werden genoemd is echter vermoedelijk toe te schrijven aan de tendens om de vormen die in het Nieuwe Testament worden gevonden te kopiëren[3].

Zo vinden we apocriefe ‘evangeliën' (bv. van Thomas, Filippus en Petrus), apocriefe ‘Handelingen' (bv. van Thomas, Petrus, Paulus en Johannes), apocriefe ‘brieven' (bv van Paulus aan de Corintiërs en de Laodicensen). Het is daarom geen verrassing dat we ook apocriefe ‘apocalypsen' tegenkomen. Maar niet alleen in deze joodse en christelijke buitenbijbelse boeken, maar ook in de profetische boeken van het Oude Testament komen we apocalyptische gedeelten tegen, bijvoorbeeld in Jesaja (24-27; 56-66), Ezechiël (38-39), Joël (3-4), Zacharia (9-14) en Daniël (7-12).

De eerste compositie uit de oudheid die door de auteur zelf wordt aangeduid als een ‘apocalyps' is trouwens het boek Openbaring, dat begint met de woorden ‘apokalupsis Ihsou Christou', de ‘openbaring van Jezus Christus'. Sinds de 19e eeuw is men de term apocalyptiek gaan gebruiken om geschriften aan te duiden die zowel in vorm als inhoud lijken op de Openbaring van Johannes.

De eerste apocalyptische teksten vinden we dus in de profetische boeken van het Oude Testament. Zonder de latere joodse en christelijke geschriften zouden wij deze gedeelten echter zondermeer als een onderdeel van de profetische boeken hebben beschouwd. Wel zien we in het boek Daniël al een relatie met de wijsheidsliteratuur naar voren komen. Daniël wordt tot de wijzen gerekend (2:12,13,21). Autoriteiten (als Von Rad en Hengel)[4] stellen dat door een verdere samensmelting van wijsheid en profetie de latere apocalyptische boeken het beste verklaard kunnen worden.

De kwestie die zich nu aan ons opdringt is de vraag of het boek Openbaring zich dichter bij de profetie van het Oude Testament bevind of dichter bij de latere apocalyptische ontwikkeling? Naast de ons bekende oudtestamentische boeken kunnen we eigenlijk slechts van één joods apocalyptisch boek met enige zekerheid zeggen dat Johannes dit gekend heeft, en wel van 1Henoch (dit in verband met datering en mogelijke toespelingen[5])

Als we de relatie van Openbaring met het Oude Testament en de latere ‘apocalyptiek' inhoudelijk beoordelen is door het grote aantal toespelingen op het Oude Testament het antwoord duidelijk: het boek Openbaring staat in de lijn van de oudtestamentische schriftprofeten. Toch worden voortdurend andere geluiden gehoord, waaraan we nu aandacht willen besteden.

 

Apocalyptiek een genre?

De meeste gebruikelijke (hoewel niet geheel bevredigende) wijze om de apocalyptische literatuur te definiëren is door het geven van een lijst van literaire en inhoudelijke karaktertrekken van het genre. De literaire trekken die worden gegeven zijn pseudoniemiteit (schrijven onder een naam van iemand uit het verre verleden), beschrijving van visioenen, chronografie (het maken van een gestileerd schema van de geschiedenis), getallen symboliek (speculatie?), de figuur van de angelus interpres (de engel die uitleg geeft), de tendens om een variëteit van literaire vormen te gebruiken (bv. testament, klaagzang, hymne, wee).

Meer karakteristiek echter zijn inhoudelijke kenmerken als het nabije einde, pessimisme, dualisme (bv hemel - aarde, goed - slecht) determinisme (alles verloopt volgens een vaststaand plan), esoterisme (geheimenissen worden geopenbaard), bizarre beelden, nadruk op individuele verlossing en het openbaren van een gedetailleerde kennis over het universum.[6]

Toch kleven er een aantal bezwaren aan dit soort lijsten. Zo worden de wezenlijke kenmerken niet onderscheiden van de mogelijke die soms wel en soms niet voorkomen. En veel van de genoemde kenmerken komen ook in andere literatuur (bv. profetie) voor. Bovendien is de gebruikelijke lijst onvolledig. De meest uitvoerige lijst is gegeven door J.J. Collins. Hij geeft 31 kenmerken, geordend in vijf hoofdgroepen, waarvan er twee betrekking hebben op de vorm en drie op de inhoud. Op grond van wat hij ziet als essentiële kenmerken komt Collins ook tot het formuleren van een definitie van het genre apocalyptiek.

Het behoeft geen uitleg dat juist op dit punt geen consensus bestaat onder de onderzoekers. Zo is er van de kant van linguïsten kritiek op de wijze waarop Collins het begrip ‘genre' definieert. Kan bijvoorbeeld de term wel zinvol gebruikt worden voor werken die compilaties zijn en waarvan niet elk onderdeel tot het ‘genre' apocalyptiek behoort? Verder wordt in de ordening van Collins de groep elementen gemist die men zou kunnen samenvatten onder de aanduiding ‘functie'. Onder welke sociale omstandigheden en hoe heeft deze literatuur voor een bepaalde doelgroep gefunctioneerd?

Aune[7] doet een poging dit probleem op te lossen door een definitie te formuleren, gebaseerd op het boek Openbaring. Dit is in bepaald opzicht redelijk, omdat het Griekse woord apokalupsis voor het eerst in dit boek wordt gebruikt (1:1). Maar wordt hier de wens om een bepaald genre te benoemen en het boek Openbaring daaronder te classificeren niet belangrijker dan het bespreken van het (mogelijk unieke) karakter van het boek Openbaring zelf? En het lost het probleem van de wezenlijke kenmerken ook niet op.

Er blijft onder de onderzoekers een belangrijk verschil van mening op het punt van de hiërarchie die gehanteerd wordt bij de vaststelling van de essentiële kenmerken.[8]

Samenvattend kunnen we dus met betrekking tot de apocalyptiek als literair genre stellen dat het zeker zinvol is om van deze litteratuur kennis te nemen, maar dat we ons wel bewust moeten zijn van het gegeven dat de studie van apocalyptische literatuur de laatste decennia enorm in beweging is, en dat er nog veel vragen liggen. Over de belangrijkste vraag of apocalyptiek nu wel of niet een literair genre is, bestaat nog geen consensus.

Is het aanleggen van de categorie ‘apocalyptisch genre' niet een anachronisme, omdat 19e eeuwse categorieën worden teruggelezen in de oudheid?[9] Literaire genres worden achteraf vastgesteld, en de indeling in letterkundige vormen en - soorten is er ter wille van de geschriften en niet omgekeerd.[10] Is apocalyptiek niet eerder een religieus temperament of zelfs een theologie die zich in een variëteit van vormen en genres presenteerde? We kunnen vanuit een vergelijk met andere apocalyptische boeken uit het begin van onze jaartelling dus niet concluderen of het boek Openbaring nu tot het genre ‘apocalyptiek' behoort of bijvoorbeeld apocalyptisch is in de visie op God en de wereld.

De grenzen tussen de verschillende genres blijven min of meer hypothetisch en globaal en zulk soort indelingen mogen nooit een eigen leven gaan leiden. Het is daarom op dit moment niet mogelijk (als het al gewenst is?) om op grond van het aanwezige genre hermeneutische conclusies te trekken met betrekking tot de wijze waarop de beelden in ‘apocalyptische geschriften' uitgelegd moeten worden.

 

Verschillen tussen het boek Openbaring en andere apocalyptische literatuur

Hoewel er nog veel onzeker is wat betreft de apocalyptiek als genre, en ondanks het feit dat het boek zichzelf duidelijk als een brief presenteert, wordt door veel van de onderzoekers vandaag het boek Openbaring tot de apocalyptische literatuur gerekend. En inderdaad kan gezegd worden dat van de 31 door Collins aangedragen elementen we er wel 23 in het boek Openbaring aantreffen. Maar de vraag die we al bij de bespreking van het genre apocalyptiek stelden, keert hier versterkt terug, namelijk in hoeverre bevat Openbaring kenmerken die tot de echt essentiële kenmerken van de apocalyptiek behoren? Want veel kenmerken zoals het ontvangen van een openbaring, en thema's als een overzicht van de geschiedenis, verlossing en oordeel, zijn niet exclusief apocalyptisch. En wat betreft de kenmerken die doorgaans als specifiek apocalyptisch worden gezien, zijn er verschillen met de joodse apocalyptische literatuur.

Pseudonimiteit

Zo is er ten eerste het wezenlijke kenmerk van de pseudoniemiteit. Opmerkelijk is dat andere apocalyptische boeken op naam staan van auteurs uit een ver verleden. Henoch leefde vóór de zondvloed en Ezra was de secretaris van de profeet Jeremia. Apocalyptische literatuur wordt doorgaans toegeschreven aan grote figuren uit de joodse geschiedenis. Vanuit een fictieve standplaats in een ver verleden geven ze een overzicht van de wereldgeschiedenis in de vorm van een voorspelling met nadruk op de laatste generatie en het einde. Ook de apocalyptische boeken uit de vroege kerk worden toegeschreven aan bekende namen, bij voorkeur één van de apostelen (de Apocalyps van Petrus of van Paulus) of aan grote namen uit het Oude Testament (bv de hemelvaart van Jesaja). In tegenstelling tot de genoemde geschriften is Openbaring (evenals bijvoorbeeld het vroegchristelijke geschrift de ‘Herder van Hermas') niet pseudoniem, d.w.z. niet op naam van een bekend figuur uit het verleden gezet. Dit maakte op iemand als Zahn zo'n indruk dat dit gegeven alleen al voor hem voldoende was om de Openbaring van Johannes te kenmerken als authentiek en de andere apocalyptische boeken als imitaties.[11]

Publiekelijk voorlezen

Ten tweede zijn de joodse apocalyptische geschriften bedoeld om privé te lezen en niet om in het openbaar voor te lezen. Een unieke karaktertrek van het boek Openbaring (evenals de Herder van Hermas) is dat het expliciet bedoeld is om voorgelezen te worden (Openb.1:3; 22:18, vgl. Hermas Vis. 2.4.3.; 1.3.3-4)[12]. In tegenstelling tot andere boeken moet Openbaring niet verzegeld worden en geheim blijven tot in de eindtijd (Dan.8:26; 10:4; 12:4,9; 1Hen.1:2; 4Ezra xii.12.35-8; xiv.7). Het wordt uitdrukkelijk vermeld (22:10) dat dit boek niet verzegeld mag worden, maar dat de inhoud een openbare boodschap bevat, die verkondigd moet worden.

Profetische ervaring

Ten derde doet de wijze waarop Johannes zijn visionaire ervaring beschrijft (‘in de geest' 1:10; 4:2 en ‘hij voerde mij weg in de geest' 17:3; 21:10) meer denken aan de ervaringen van profeten als Jesaja en Ezechiël dan aan de hemelreizen in de latere apocalyptische boeken.(zie onder).

Tot slot kan nog opgemerkt worden dat dialogen tussen hemelse vertegenwoordigers en de ontvanger van de visioenen, die heel algemeen zijn in de buitenbijbelse apocalyptische literatuur, in het boek Openbaring maar één keer voorkomen (7:13-17).

 

Conclusie karakter van het boek

Als het boek Openbaring een ‘apocalyps' is, dan toch beslist anders dan de andere apocalyptische litteratuur. Evenals bijvoorbeeld het boek Daniël kunnen we Openbaring het beste classificeren als een mixtum compositum, als een mengvorm van verschillende genres. Het is een apocalyptische profetie in briefvorm.

Literatuurwetenschappers brengen naar voren dat de grote werken uit de geschiedenis doorgaans niet tot één bepaald genre behoren. Het zijn hoogst individuele creaties die de tot dan bekende indelingen en vormen doorbreken.[13] Johannes schreef in de naam van de levende Christus, niet onder de naam van een Henoch of Abraham of Elia. Onder de last van een openbaring die hem door een engel van God werd gegeven, schreef hij zijn visioenen op voor de gemeente van zijn dagen.

Het gegeven dat we niet tot een vaststaand oordeel kunnen komen of het boek een ‘apocalyps' of een profetie of een brief is, betekent ook dat de uitlegger dus via het genre geen sleutel krijgt voor de interpretatie van de beelden in het boek.



[1] B&W 230 pg 26.

[2]  Dit artikel is een samenvatting van de excurs ‘karakter en gezag' in J.C. Bette, G. vd Brink, A.W. Zwiep (red) Openbaring van Johannes, Studiebijbel 10 (Veenendaal 2000) 507-519

[3] J.R. Michaels,  Interpreting the Book of Revelation, Grand Rapids 1992,  p 25

[4] M. Hengel, Judentum und Hellenismus, 2e dr., Tübingen 1973; G. von Rad, Weisheit in Israël, Neukirchen-Vluyn, 1970

[5] Zie N-A 27

[6] Aune, Revelation I (Word Biblical Commentary 52A, Dallas 1997)  lxxvii

[7] Aune, Revelation I, lxxxii

[8] Aune, Revelation I, lxxvii-lxxxi.

[9] zo: B.J. Malina, On the Genre and Message of Revelation: Star Visions and Sky Journeys. Peabody 1995.

[10] C. Rijnsdorp, Gefascineerd door het laatste bijbelboek (Baarn 1975) 66

[11] Th. Zahn Introduction to the New Testament, III (vertaling uit 1909 van de derde duitse druk, Minneapolis 1977) 386vv

[12] Aune, Revelation I,  21

[13] Michaels, Revelation, 31 (noemt een hele rij auteurs)