De NBV en de geestesgaven in 1Kor.12

Over exegetische motieven en vooronderstellingen van vertalers

drs Gijs van den Brink, 2001 (gepubliceerd in Soteria 18/2)

 

De vertaalmethode die de Nieuwe Bijbelvertaling van het NBG (NBV [1] ) hanteert wordt gekenmerkt met twee woorden: brontekstgetrouw en doeltaalgericht. De brontekst is de tekst die vertaald wordt, de doeltaal de taal waarin vertaald wordt. Waar komt dit in gewone taal op neer? Brontekstgetrouw wil zeggen dat de vertaling een getrouwe weergave moet zijn van het origineel. Dit hebben vertalingen altijd nagestreefd.

Nieuw is echter de specifieke aandacht voor de ‘doeltaalgerichtheid'. Wat houdt dit in? NBG medewerkers Dr. A.J. Bolhuis en mw Dr M.H. de Lang in hun lezing hierover op een NBV-studiedag in november 1999 benadrukken de ‘eis van helderheid' [2] . Deze houdt in:  De vertaling moet evenals het origineel direct en eenduidig verstaanbaar zijn. "Wij hebben geen aanleiding om te veronderstellen dat Paulus raadselachtig heeft willen zijn" (Bolhuis). Een hoge pretentie die de tekst naar de mensen wil brengen en wil vertalen op de wijze waarop men een moderne roman of moderne literatuur in het algemeen vertaalt.

Omdat er op deze wijze 2000 jaar cultuurgeschiedenis overbrugd moet worden door de vertaling, wordt deze in de praktijk nogal expliciterend ofwel uitleggerig. Wat dit inhoudt en wat hiervan de consequenties zijn, zullen we aan de hand van de vertaling van de eerste elf verzen van 1Cor.12 laten zien. 

 

Uitgangspunten 

 

Het product is een zeer goed leesbare voorleesbijbel, die tevens zeer toegankelijk is voor de lezers. Dit is zondermeer een voordeel. Maar hadden we zo'n vertaling al niet in de Groot Nieuws Bijbel?  Verder is er voor een goede vertaling meer nodig dan toegankelijkheid. De vertaalcommissie van de EA (de EB2002 werkgroep) heeft gesteld dat aan een vertaling die de pretentie heeft een standaardvertaling te worden de eis gesteld moet worden dat deze geschikt is voor bijbelstudie en catechese.
Wanneer we erover nadenken hoe zo'n vertaling eruit zou moeten zien, kunnen we twee uitgangspunten noemen:

1. De Bijbel is het Woord van God. Hierbij past een vertaling die vertaald is met de brontekstgetrouwheid waarmee wetteksten vertaald worden, bijvoorbeeld het Nederlands Burgerlijk Wetboek voor Engelstalige juristen (trouwens belangrijke gedeelten van de Schrift zijn wetten).

2. De Bijbel is een boek uit de oudheid. De ‘eis van helderheid' in de zin van Bolhuis, is bij wetenschappelijke vertalingen van teksten uit de oudheid niet echt gebruikelijk en m.i.ook niet haalbaar in verband met de historische afstand. In ieder geval is er behoefte aan een zo getrouw mogelijke vertaling. Op scholen wordt in vertalingen de tekst niet naar de leerlingen toe-vertaald, maar worden de leerlingen ingevoerd in de cultuur en "Umwelt" van de tekst.
In beide gevallen gaat brontekstgetrouwheid boven doeltaalgerichtheid.

Samengevat: bij een bijbel(vertaling) die gelezen wordt als een verslag van de historische woorden en daden van God (heilsgeschiedenis) brengt men door bijbelstudie en catechese de mensen naar de tekst.

De theologen onder ons zullen beseffen dat dit het Barthiaanse standpunt is, hoewel ik het trouwens van Lesslie Newbigin heb geleerd.
Om een en ander voor u te illustreren willen we de tekst van 1Cor 12:1-11 [3] als uitgangspunt nemen. We maken per vers hierbij een aantal opmerkingen en zullen daarna proberen een voorzichtige conclusie te trekken m.b.t. de implicaties van de NBV vertaalmethode.

 

1 Korinthiers 12

 

1Cor.12:1 Broeders en zusters, over de gaven van de Geest wil ik u het volgende zeggen [NBV]

Gaven van de Geest is een vertaling van het Griekse bijvoeglijk naamwoord  pneumatikos dat ‘geestelijk' of ‘bij de Geest behorend' betekent. Het woord kan ook zelfstandig gebruikt worden en dan moet er vanuit de context een zelfstandig naamwoord aangevuld worden, bijvoorbeeld ‘goederen' (Rom 15:27), mens (1Cor.2:15) of uitingen of gaven zoals hier in 1Cor.12. Door te spreken over ‘gaven van de Geest' in plaats van ‘geestelijke (dingen, uitingen of gaven)' komt de nadruk helemaal te liggen op de gaven, terwijl het Grieks alleen over de ‘geestelijke (dingen)' spreekt. De insteek die Paulus hier dus heel ruim neemt, wordt concreet vanuit wat nog komen gaat ingevuld. Is dit gewenst? Als Paulus dit op deze wijze had gewild, had hij hiervoor beslist mogelijkheden.

‘Wil ik u het volgende zeggen' is de vertaling voor ‘ik wil niet dat jullie niet weten'. Deze zinswending komt veel bij Paulus voor (Rom 1:13; 11:25; 1Cor.10:1; 12:1; 2Cor.1:8; 1Thess.4:13) en we kunnen de dubbele ontkenning in het Nederlands goed weergeven met ‘ik wil dat jullie goed weten'. Het intense ‘ik wil dat u goed weet' of ‘ik wil graag dat u weet' is in de NBV geworden tot het vlakke ‘ik wil u het volgende zeggen' terwijl dezelfde Griekse zinswending in 10:1 in de NBV wel vertaald wordt met ‘ik wil graag dat u weet'. Waarom deze vervlakking?

 

1Cor.12:2 Zoals u weet was u in de tijd dat u nog heidenen was geheel en al in de ban van goden die taal noch teken geven.[NBV]

 

Het ‘toen jullie heidenen waren' is geworden tot ‘in de tijd dat u nog heidenen was'. Maar het gaat niet om de tijd waarin dit zo was, maar om het ‘heiden zijn'. Ze deden het niet zozeer vroeger (hoewel dit wel geïmpliceerd wordt), maar ze deden het ‘als heiden'. Dergelijke expliciteringen zijn niet nodig en kunnen gemakkelijk verkeerde suggesties wekken.

De ‘stomme' of ‘geluidloze afgoden' zijn geworden tot goden die taal noch teken geven. Ergens een mooie vondst, omdat het ‘niet spreken' en ‘geen geluid geven' van het Griekse aphÇnos beide worden meegenomen. Maar er kleven toch bedenkingen aan deze vertaling. Door het aforistisch gebruik van deze terminologie in onze taal wordt ertoe bijgedragen dat God en goden ook in symbolische zin worden opgevat. Daarom lijkt me een vertaling met ‘die niet kunnen spreken' of ‘die niet spreken' beter. Bovendien wordt elders van dieren die wel geluid kunnen voortbrengen, toch gezegd dat ze stom zijn (Hand 8:32; 2Petr.2:16).

 

1Cor.12:3 Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan door toedoen van de Geest van God ooit zeggen: ‘Vervloekt is Jezus';  en niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer', behalve door toedoen van de heilige Geest. [NBV]

 

Het ‘ik maak u bekend' en ‘niemand zegt' is hier vertaald met ‘ik zeg u nadrukkelijk' en ‘niemand kan ooit zeggen'. U ziet direct dat hier met versterkingen wordt gewerkt. Maar waarom? Waar komt het nadrukkelijk zeggen vandaan? gnÇrizÇ betekent ‘bekend maken, iemand iets laten weten' [4] . U zult misschien denken dat dit toch geen kwaad kan. Misschien hier niet, maar het gaat om een principe van brontekstgetrouwheid en wanneer onnodige of onterechte expliciteringen gemaakt worden, overschrijden we een grens, die met het oog op het door ons verwoorde uitgangspunt niet overschreden mag worden.

 

1Cor.12:4 Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest

 

‘Dezelfde Geest' is in de NBV vertaald met ‘één Geest'. Dat maakt toch geen verschil, zult u denken. Toch wel, wanneer we de norm van bijbelstudie aanhouden. In de doeltaal klinkt het prachtig: ‘verschillende gaven, één Geest'. Maar Paulus zegt nu juist ‘dezelfde Geest' (autos met een lidwoord ervoor), omdat iedereen weet dat er meerdere ‘geesten' zijn (zie vers 10). En ook in onze tijd mag men niet op het spoor worden gezet dat dit anders is.

 

1Cor.12:5 Er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer

 

Dienende taken is de vertaling van het Griekse diakonia, de taak of functie van een diakonos, een ‘dienaar' of ‘diaken'. We kunnen diakonia vertalen met ‘dienst' of ‘dienstbetoon', dat meer de taak aanduidt, of met ‘bediening' dat meer de ‘functie' aangeeft. ‘Dienende taak' komt op mij enigszins pejoratief, denigrerend over. En dat terwijl het in het NT met name apostelen, evangelisten, dus leiders zijn voor wie dit woord gebruikt wordt.

Over de verandering van ‘dezelfde Heer (is het)' in er is één Heer hebben we bij vers 4 al gesproken met betrekking tot de Geest.

 

1Cor.12:6 Er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal, en bij iedereen, teweegbrengt. [NBV]

 

Uitingen van bijzondere kracht' is de vertaling van energ‘mata, ‘inwerkingen'. Hier hebben we te maken met een forse ontsporing. Het is vertaaltechnisch op grond van de woordbetekenis onmogelijk en exegetisch niet terecht hier voor energ‘mata de ‘werkingen van krachten' uit vers 10 in te vullen en dus te vertalen met ‘uitingen van bijzondere kracht'. In vers 10 bestaat de ‘inwerking' uit krachten, maar dat hoeft daarom hier niet het geval te zijn. Temeer niet daar vers 10 met ‘krachten' op ons vers volgt en er niet aan vooraf gaat.

Bovendien gaat het daar om een opsomming van verschillende gaven, hier niet. De ‘krachten' zitten in ieder geval niet in de woordbetekenis van energeo en energ‘ma. Je moet hier letten op de trits: charismata - diakonia - energ‘mata, verschillende aspecten van de geestesgaven. De gaven van de Geest worden met drie verschillende termen beschreven.
Als charismata (vs.4) genadegaven die om niet, gratis geschonken worden. Als diakonia (vs.5), ze zijn namelijk bedoeld om te dienen.
Als energ‘mata (vs.6), inwerkingen, om hun werking te duiden als een inwerking van de Geest. En-ergeo (in de NBV vertaalt met ‘teweegbrengen') betekent ‘in iemand of iets werkzaam zijn', in iemand iets ‘bewerken'. God is het die de gaven in ons bewerkt. Een goed Nederlands woord voor de ‘inwerkingen' is niet eenvoudig. ‘Geestelijke inwerkingen', ‘werkingen van de Geest', of ‘geesteswerkingen'? In ieder geval niet ‘uitingen van bijzondere kracht. We hebben hier een voorbeeld van een ongewenste en verkeerde uitleg.

 

1Cor.12:7 Iedereen ontvangt de gave om ten bate van de gemeente de Geest te openbaren. [NBV]  
[in de definitieve versie - 2004 - is deze vertaling veranderd in: 'In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente']

 

Het ‘wordt gegeven' in het Grieks wordt vertaald met ‘ontvangt'. Dit verlegt het accent van de gever naar de ontvanger. Waarom? In vers 8 wordt dit niet nodig gevonden. Waarom hier wel? Voor de afwisseling? Het is een onnodige parafrase.

Een tweede vertaalkwestie die we hier tegenkomen is veel kwalijker. De ‘zichtbaarmaking' of ‘manifestatie (phanerosis) van de Geest' waarover de tekst spreekt, is vertaald als ‘de gave om de Geest te openbaren'.  Dit is zowel exegetisch als theologisch zeer bedenkelijk. Vertaaltechnisch zijn er inderdaad twee mogelijkheden. Of de Geest is de inhoud van de zichtbaarmaking (genetivus objectivus) of de Geest is het subject, de auteur van de zichtbaarmaking (genetivus subjectivus). De context van vers 11 geeft duidelijk aan dat het laatste hier het geval is. Paulus zegt hier dus dat de Geest (de gaven) zichtbaar maakt. Exegetisch is er dus geen argument te vinden voor de vertaling van de NBV.

De gekozen vertaling is bovendien theologisch erg bedenkelijk. Paulus zou dus zeggen dat wij de Geest moeten openbaren of manifesteren. Met zo'n vertaling mogen we verwachten dat de antropocentrische uitwassen in de charismatische beweging nog veel erger worden. Niet de Geest gebruikt ons, maar: ik gebruik de Geest! Hoort u het al gepredikt worden! Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Tot slot is de toevoeging van het woordje ‘gave' hier verwarrend, omdat de opsomming van de afzonderlijke gaven pas in vers 8 begint. Terwijl de volgende verzen zeggen dat een ieder een andere gave heeft, ‘de een' deze, ‘de ander' die, zou vers 7 zeggen dat er een gave is die iedereen heeft. Het woord ‘gave' is hier verwarrend en staat ook niet in de Griekse tekst. In vers 7 als ook in vers 11 is het (i.t.t. vss 8-10) ‘aan een ieder'. Vers 7 geeft daarom een algemene karakterisering van de pneumatika uit vs 1, namelijk de zichtbaarmaking of manifestatie ervan.

Een derde onterechte explicitering vinden we in de vertaling ‘ten bate van de gemeente'. Het Grieks zegt slechts ‘tot het nut' (eis to sumpheron). Het gaat hier niet om het ‘aan wie' , maar om het wát, het nuttige, dat wat bijdraagt, de opbouw. De toevoeging ‘van de gemeente' roept verkeerde associaties op. Van de gemeente, met andere woorden niet van de wereld, niet van de ongelovigen? Deze concrete invulling gebeurt blijkbaar vanuit de context van hoofdstuk 14, maar Paulus kiest er juist voor een en ander in zijn inleiding zo algemeen mogelijk te verwoorden. De concrete en onnodige explicitering legt een ander accent en introduceert foutieve implicaties.

 

1Cor.12:8 Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis. [NBV]

 

Logos sophias (woord van wijsheid) en logos gnosios (woord van kennis) wordt vertaald met ‘het verkondigen van wijsheid' en ‘het overdragen van kennis'. Maar het gaat hier bij het woord logos niet om de daad van het spreken (dit gebruik is heel uitzonderlijk [5] ) en dus ook niet om verkondigen of overdragen, maar om de inhoud van het gesproken woord, zoals wij ook wel spreken over een ‘woord van troost'. Als hier sprake zou zijn van de zeldzame betekenis van ‘de daad van het spreken' moet hiervoor in de directe context (op zinsniveau) duidelijk aanleiding zijn. Het tegendeel is echter het geval met de woorden ‘wordt gegeven'. Het gaat bij deze gave niet om het overdragen van wijsheid en kennis, maar om het ontvangen ervan! Dat is nu juist het verschil tussen een gave die men ontvangt en een dienst (onderwijzen, prediken) die men uitoefent. Het Griekse woord logos heeft hier de betekenis ‘woord' in de zin van ‘datgene wat door iemand gezegd wordt', ‘uitspraak' (zie bv Rom 9:9, waar de uitspraak zelf erop volgt). Zo ook in uitdrukkingen als ‘een woord van de Heer' (1Thess. 4:15), een ‘woord van opwekking' (Hand. 13:15) of een ‘woord van vermaning' (Hebr. 13:22).

 

1Cor.12:9 De een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. [NBV]

 

Ten eerste willen we opmerken dat de Griekse tekst spreekt over ‘geloof', terwijl de NBV spreekt over ‘een groot geloof''. De reden hiervan is blijkbaar dat men wil aangeven dat het hier om ‘geloof' in een bepaalde zin gaat. Maar de toevoeging ‘groot' suggereert verschillende maten of kwaliteiten van geloof. Men gaat nu denken dat er een groot, klein, sterk, zwak etc. geloof is. Er is inderdaad verschil tussen het ene en het andere geloof, maar het verschil zit niet in de kwaliteit van het geloof, maar in het object. Er is verschil tussen geloof in de verlossing door Christus en het geloof dat de Heer in een bepaalde specifieke situatie een wonder zal doen (zie 13:2 ‘het geloof dat bergen verzet'). Maar het geloof of vertrouwen op zich is gelijk. Dit soort verhelderingen lost aan de ene kant iets op, maar creëert tegelijkertijd een ander probleem.

‘De gave om te genezen' is een vertaling van charismata iamaton (‘gaven van genezingen'). De vertaling suggereert dat het gaat om een gave die de gelovige permanent bezit, terwijl het meervoud hier en ook bij ‘inwerkingen' en ‘onderscheidingen' in vers 10 juist het momentane karakter aangeeft. Het gaat om iets dat telkens weer gegeven wordt. Een geestesgave in de zin van zoals deze in 1Cor.12 worden besproken, is niet een soort geestelijk talent, een cadeau dat je, wanneer je het eenmaal gekregen hebt, altijd tot je beschikking hebt. Het is en blijft een uiting van de Heilige Geest, een gave die telkens opnieuw door de Geest gewerkt wordt. We worden door de NBV op het verkeerde been gezet. Het gaat om meerdere ‘herhaalde ingevingen om te genezen'. 

 

1Cor.12:10 En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in allerlei klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. [NBV]

‘Inwerkingen van krachten' (energ‘mata dunameon) wordt vertaald met de kracht om wonderen te verrichten.  Ook hier (evenals in vers 9) wordt een permanent aanwezige gave gesuggereerd en valt de betekenis van het meervoud weg. Het is beter te vertalen met ‘het verrichten van wonderen', want dat geeft meer het momentane aan.

‘Om te profeteren' (vertaling van ‘profetie') sluit in de zin, zoals deze in de NBV staat, aan bij ‘de kracht om .... Dit is onjuist, want in de Griekse zin hoort ‘inwerkingen' alleen bij ‘krachten', niet bij profetie etc. De gave van profetie is dan ook geen kracht, maar een ingeving of inspiratie. Dit geldt ook van de volgende drie gaven.

Het ‘onderscheidingen van geesten' (diakriseis pneumatoon) wordt vertaald met ‘om te onderscheiden  wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is'. Ten eerste moeten we hier opmerken dat ook deze gave geen krachtwerking is, maar een inspiratie-gave, en kan dus niet aansluiten bij ‘kracht om ...'.
Ten tweede is de parafrase die de NBV hier geeft veel te ruim. Het meervoud ‘geesten' spreekt niet over de Heilige Geest, maar over de ‘geesten' van de profeten, waarover we lezen in 1 Cor.14:32. En in 1 Cor.14:29, drie verzen daarvoor, wordt voor het toetsen van profetieën ook het werkwoord ‘diakrino' gebruikt. Wanneer we dan ook nog eens in aanmerking nemen dat deze gave wordt genoemd direct na de gave van profetie, zullen we toch echt moeten aannemen dat het hier om het toetsen van de geest van de profeet gaat.

 

Samenvatting en conclusie

 

We zijn toegekomen aan het geven van een afrondende samenvatting en een voorzichtige conclusie. Voortdurend is gebleken dat de vertalers expliciteren en uitleggen. Wat men in de brontekst leest wordt steeds in meer of mindere mate verduidelijkt. ‘Dezelfde Heer' wordt ‘één Heer', ‘wordt gegeven' vertaalt men met ‘ontvangt' en ‘ik maak u bekend' wordt ‘ik zeg u nadrukkelijk'. Veelal is niet duidelijk waarom een bepaalde verduidelijking wordt gegeven. We moeten aannemen dat de gebezigde doeltaal-eisen hiervoor vaak de aanleiding zijn geweest.

Een enkele keer is de verduidelijking wel te traceren, bijvoorbeeld wanneer in vers 6 energ‘mata wordt vertaald met ‘uitingen van bijzondere kracht'. Dit gebeurt naar we aannemen op grond van de uitdrukking ‘werkingen van krachten' in vers 10. En omdat men vertaalt op alinea-niveau, dat wil zeggen informatie uit de context laat meespreken bij het vertalen van een zin, is men tot de gekozen vertaling van vers 6 gekomen. We hebben echter laten zien dat deze keuze exegetisch niet verantwoord is. Verder is het dan weer uitgaande van het vertalen op alinea-niveau helemaal niet te begrijpen dat men in vers 7 de ‘zichtbaarmaking van de Geest' vertaalt met ‘de gave om de Geest te openbaren', terwijl in de context (vs.11) duidelijk blijkt dat de Geest de bewerker van de openbaring of manifestatie is.

Een andere plaats waar de reden van de uitleggende toevoeging te achterhalen is, is wanneer men ‘tot opbouw' in vers 7 vertaalt met ‘ten bate van de gemeente'. De toevoeging ‘van de gemeente' maakt men op grond van wat Paulus zegt in hoofdstuk 14 (vs.5,12). Omdat men bij de vertaling van een zin gegevens uit de context (en dat kan dus het hele boek zijn!) laat meespreken, is men hier tot deze uitleggende toevoeging gekomen.

Waar het nu om gaat is dat bij deze vertaalmethode er een groot gewicht komt te liggen bij de exegetische vooronderstellingen van de vertaler. Want welk gegeven uit de context moet meegewogen worden bij de vertaling van een zin of een zinsdeel? Voortdurend worden er exegetische keuzen gemaakt, zoals we u hebben laten zien.

En niet alleen de exegetische vooronderstellingen gaan zwaar wegen, ook de geloofservaring van de vertaler wordt bij het maken van verduidelijkingen van het grootste belang. Wanneer een vertaler geen of weinig weet heeft van de besproken zaak, ligt het rijden van een scheve schaats voor de hand. Ik denk dan ook dat dit de reden is dat de ‘geestesgaven' in 1Cor.12 worden gezien als een soort geestelijk talent of een kracht die iemand voortdurend tot zijn of haar beschikking heeft.

Als we tot slot terugkeren naar ons uitgangspunt, dat voor een bijbelvertaling die gebruikt wordt voor bijbelstudie en catechese, brontekstgetrouwheid gaat boven doeltaalgerichtheid, moeten we helaas concluderen dat op dit punt de NBV niet voldoet.

 

Noten

[1]   NBV is de afkorting voor de [Nieuwe Bijbelvertaling] waar het NBG aan werkt. Vorig jaar verscheen een tweede deeluitgave van Werk in uitvoering met de vertaling van Genesis, 31 Psalmen, Zacharia, Tobit, Marcus, 1 Korintiërs en Openbaring.

[2]   A.J. Bolhuis en M.H. de Lang in een lezing op de NBV-studiedag van 6 november 1999 met de Evangelische Allianties, EB-2002 en Gereformeerde Bond in NHK.

[3]   Voor een verdere verantwoording van de in dit artikel gemaakte taalkundige en exegetische keuzen, zie J.C.Bette, G. van den Brink, A.W. Zwiep (red.) De brieven van Paulus aan de Corinthiërs en Woordstudies en concordantie in: Studiebijbel deel 7B, 11-14, Soest/Veenendaal 1990-1999.
Andere gebruikte woordenboeken: W. Bauer, Griechisch-Deutsches Wörterbuch zu den Schriften des Neuen Testaments und der übrigen urchristlichen Literatur. 5e dr. Berlin/New York 1971. (=Bauer), H.G. Liddell, R. Scott, H.S. Jones, A Greek-English Lexicon, 9e dr. Oxford 1977 (=LSJ), J.P. Louw, E.A. Nida, Greek-English Lexicon of the New Testament based on semantic domains, Vol.1-2, 3e dr., New York 1988 (=L-N)

[4] Het voor vertalers gemaakte en door de United Bible Societies uitgegeven woordenboek van Louw-Nida geeft: ‘to cause information to be known by someone'.

[5] Zie LSJ, s.v.