Visionaire ervaringen van Johannes

Gijs van den Brink, Studiebijbel Magazine 2.2, 2008

 

In de studie over profeten in het boek Openbaring hebben we geconcludeerd dat Johannes meer dan een gewone gemeente-profeet is. Hij is een visionair die, anders dan de nieuwtestamentische profeten, zijn visioenen in een boek/brief heeft opgeschreven. In dit artikel willen we bij een aantal vragen rondom deze visionaire ervaringen stilstaan. Temeer daar we ook in onze dagen weer over allerlei ‘bovennatuurlijke' ervaringen horen, is het van belang te onderzoeken hoe dit bij profeten en apostelen gebeurde. Wij beperken ons hier tot Johannes op Patmos. Hoe heeft hij zijn openbaringen ontvangen? Schuilt daarin misschien het antwoord op het verschil met de andere profeten? Er zijn op grond van bepaalde teksten ook uit een vergelijk met andere boeken verschillende voorstellen gedaan. We zullen de verschillende mogelijkheden kritisch bekijken om te zien of ze hout snijden. We bespreken eerst twee onwaarschijnlijke vormen, de hemelreis en het lezen van hemelse geschriften, en daarna twee reële, te weten visioenen en audities.

 

Hemelreis?

 

Een gegeven dat nergens in het Oude Testament voorkomt, maar wel in bepaalde joods-apocalyptische boeken (bv. 1 Henoch 1-36; Test Levi 2-5; Hemelvaart van Jesaja 6-11) is dat de visionair door de hemel, de hel of andere verre buitenaardse gebieden reist. Van Openb. 4:1-22:9, dat beschouwd wordt als het hoofddeel van het boek, wordt wel beweerd dat het een hemelreis beschrijft, die in 4:1 wordt geïntroduceerd met ‘klim hierheen op en ik zal u tonen wat na dezen geschieden moet'. Maar het is de vraag of met dit vers wel een hemelse reis wordt geïntroduceerd. Dit is om meerdere redenen niet waarschijnlijk.

De standplaats van de ziener wisselt (en zelfs soms heel abrupt) tussen de hemel en de aarde en ook nergens wordt vermeld dat Johannes weer terugkeert naar de aarde. Verder wordt het ‘kom hierheen omhoog ... (anaba h��de ...) in 4:1 elders door Johannes anders omschreven (‘kom hierheen...', deuro ... 17:1 en 21:9). In de laatste gevallen is geen sprake van een hemelreis, maar van een verplaatsing in de geest.  Vanwege de grote overeenkomst in woordgebruik is het beslist onwaarschijnlijk dat Johannes in 4:1 iets anders heeft willen zeggen dan in 17:1 en 21:9. Het lange gedeelte van 4:1-22:9 kan het beste gezien worden als een verslag van een aantal verschillende visioenen.

De ervaring die Johannes in Openb 4:1 verwoord is te vergelijken met wat Paulus schrijft in 2Cor.12:2 ‘Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden (of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het) dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel.' Deze ervaring komt overeen met wat antropologen wel ‘zielsverhuizing' noemen. Het is zowel in de oudheid als de moderne tijd een bekende beleving bij visionaire ervaringen (Wilson, 41-42).

 

Lezen van hemelse geschriften?

Een tweede vorm die wel wordt genoemd, maar niet waarschijnlijk is, houdt in dat Johannes sommige openbaringen heeft gekregen in de vorm van een geschreven hemels document.

In het boek Openbaring is twee keer sprake van een hemels boek, de boekrol verzegeld met zeven zegels (in hoofdstuk 5-8) en het geopende boek in de hand van de engel (in hoofdstuk 10). Het is echter niet waarschijnlijk dat het hier om een van een visioen onderscheiden openbaring gaat. De inhoud van de boeken wordt namelijk niet expliciet genoemd en de tekst van de boeken wordt niet getoond. Bij de eerste rol gaat het om het verbreken van de zegels en de tweede moet door Johannes gegeten worden (10:9-10). In geen van beide gevallen wordt het boek aan de auteur gegeven om het te lezen of over te schrijven (zoals bijvoorbeeld  wel gebeurt in 1 Hen. 81:2; vgl.106:19-107:1).

Het is duidelijk dat het in het boek Openbaring niet gaat om het lezen van hemelse boeken, zoals elders in de apocalyptische litteratuur wel voorkomt. De beide keren dat er een hemels boek voorkomt in Openbaring betreft het een visioen van een boekrol, terwijl de inhoud van de rol niet getoond wordt.

 

Visioenen en audities

Er blijven nog twee manieren over waarop Johannes zijn openbaringen ontvangt, namelijk via visioenen en audities.

We kunnen in het boek Openbaring drie soorten visioenen onderscheiden, namelijk een visioen (waar de inhoud van de openbaring wordt gezien), een roepingsvisioen (hfst. 1 en 10) en een epifanie (de verschijning van de goddelijke gezant wordt beschreven). Dit laatste komt alleen voor in het visioen van de opgestane Heer in 1:9-20. En verder vinden we heel veel audities (waarin de inhoud van de openbaring wordt gehoord). Alleen in hoofdstuk 1-3 zijn de visioenen en audities enigszins te onderscheiden, maar daarna komt hetgeen gezien wordt en hetgeen gehoord wordt meestal samen voor. Omdat de twee wijzen van openbaring zo nauw met elkaar verweven zijn, zullen we deze samen bespreken. Maar eerst iets over hoe Johannes zijn ervaringen zelf beschrijft.

 

Ik geraakte in de geest

In 1:10 zegt Johannes ‘ik geraakte in de geest op de dag des Heren; en ik hoorde achter mij ....'. Hij zegt niet ‘ik was in de geest', maar ‘ik geraakte in de geest'. We lezen dit ook in 4:2 (vgl. ook 17:3 en 21:10). Het gaat om de geestelijke ervaring die Petrus en Paulus beschrijven als ‘ekstasis',  zinsverrukking of geestverrukking (Hand 11:5; 22:17), een ervaring die niet plaatsvindt ‘in het lichaam', maar ‘in de geest'. Wat Johannes ondergaat is een vorm van profetische extase, waardoor hij ‘in (de) geest' in de hemel aanwezig is (4:1, vgl. Paulus, 2Cor.12:2-5).

‘In (de) geest' duidt dus niet op de Heilige Geest of op een wezen dat Johannes begeleidt, want blijkens 17:3 en 21:10 is degene die hem tijdens zijn gezicht begeleidt een engel. De woorden betekenen dat Johannes niet ‘in het lichaam' in de hemel is. Deze verklaring wordt bevestigd door het ontbreken van het lidwoord bij ‘geest'.
Verder lezen we in het boek ongeveer 50 keer ‘ik zag' en ongeveer 25 keer ‘ik hoorde'. Het is duidelijk dat visioenen en audities de wijze zijn waarop Johannes zijn openbaringen ontving.

 

Authentieke visioenen of literaire stijl?

De verwoording van Johannes ‘ik geraakte in de geest' roept de vraag op in hoeverre de visioenen plaatsvonden in een toestand van extase, m.a.w. in een toestand waarin bewustzijn en wil waren uitgeschakeld. Deze opvatting is het ene uiterste. Als blijkt dat er aanwijzingen zijn dat hij tijdens de visioenen bij volle bewustzijn is en zich zelfs verantwoordelijk weet voor wat hij doet en zegt, komt het voor dat men in een ander uiterste vervalt, namelijk dat het om een verslag in de vorm van visioenen gaat. Het betreft dan louter een literaire vorm.

Zoals we al zeiden wijst de omschrijving die Johannes zelf geeft van zijn ervaringen in de richting van profetische extase. Maar betekent dit dat wil en verstand waren uitgeschakeld? Blijkbaar niet, want we zien een interactie tussen een bewust aanwezige Johannes en wat in het visioen gebeurt. Johannes reageert emotioneel op wat hij ziet en hoort, bijvoorbeeld in 5:4 moet hij erg huilen als hij merkt dat niemand de boekrol kan openen. Ook geeft hij antwoord op vragen die hem in het visioen gesteld worden (7:13-14). Vallen deze gegevens te combineren met een visionaire ervaring? Gebeurt dit bijvoorbeeld ook bij de oudtestamentische profeten?

In het Oude Testament zien we ten eerste dat de ontvangen visioenen in de herinnering bewaard blijven, zodat ze later kunnen worden opgeschreven. Vervolgens hebben de profeten tijdens hun visioenen herinneringen aan wat ze in vroegere visioenen hebben gezien (vgl. Ezech.10:15; 43:3; Dan 9:21). Het zelfbewustzijn en de wil is ook hier meerdere keren in actie, en zelfs met nadruk. Dit is bijvoorbeeld het geval met de vraag die wel aan de ziener gesteld wordt: ‘wat ziet u?' (bv. Jer.1:11; Amos 7:8). Maar nog sterker zien we dit bij Amos die naar aanleiding van wat hij gezien heeft, nog tijdens het visioen voorbede voor het volk doet (Amos7:2), of als Jesaja nadat hij eerst zijn zondigheid is bewust geworden zichzelf vrijwillig aanbiedt (Jes.6:1-8 ), of als Jeremia tegen zijn roeping bedenkingen inbrengt (Jer.1:6).

Zo zien we dat zowel bij de profeten van het oude verbond als bij Johannes het zien van de visioenen en het horen van de stemmen bij volle bewustzijn gebeurt. Ook al gaat een en ander meestal met een bewustzijnsverandering gepaard, is deze toch niet van dien aard dat het zelfbewustzijn verloren gaat. We zullen moeten aannemen dat bij de oudtestamentische profeten en bij de apostel Johannes de bewustzijnsverandering bij de verschillende visioenen verschillend in graad en karakter is geweest. Zo gaat bijvoorbeeld in Openbaring 11:4 een visionaire toestand, waarin Johannes dingen getoond worden en waarin God of Christus spreekt over in een profetische rede waarin Johannes aan het woord is.

De betrokkenheid en actieve deelname van de profeet aan het visioen is dus geen reden om de visioenen te bestempelen als een literaire stijl.

 

Johannes een profeet oudtestamentische stijl

Het visionaire karakter van een profeet was een bekend verschijnsel in Israël. Het is het bezit van de Geest, dat de profeet in staat stelt het Woord van God te kennen en te prediken. Bij tijd en wijle echter gaat de communicatie tussen God en de profeten gepaard met visioenen. De man Gods wordt ook wel ‘ziener' genoemd en de visioenen worden meteen bij de aanvang van de boeken genoemd (Amos1:1; Jes.1:1; Micha 1:1;Hab.1:1; Obad.1; Nah.1:1). Het komt zelfs voor dat er van het Woord van God gezegd wordt dat het ‘gezien' wordt (Amos 1:1; Micha 1:1). Verder is het van belang op te merken dat we bij de profeten uit het oude verbond uitgebreide roepingsvisioenen tegenkomen (Jes.6; Jer.1:4vv; Ezech.1:1-3:27) en dat er allerlei vormen van visioenen voorkwamen (Amos 7:1-9; 8:1-3; 9:1-4; Ezech.8-11,37,40-48; Zach.1-8). Als we dan nog eens memoreren dat Johannes 50 keer ‘ik zag' en 25 keer ‘ik hoorde' zegt in het boek Openbaring en dat er twee roepingsvisioenen worden vermeld, kunnen we wat betreft de accenten in zijn werkwijze en de manier waarop hij zijn openbaringen ontvangt vaststellen dat Johannes een duidelijke overeenkomst vertoont met de profeten uit het oude verbond.

 

Literatuur

 

J. Ridderbos, Profetie en Ekstase, Aalten, z.j.
R.R. Wilson, Prophecy and Society in Ancient Israel, Philadelphia, 1980