Wat is een preek?

Over de verschillende soorten prediking in het NT

Gijs van den Brink, 2012 (gepubliceerd in Studiebijbel Magazine 5.3)

 

Welke denominatie je ook bezoekt op zondag, er zal op een of andere wijze, kort of lang gepreekt worden. Preken is een van de vaste elementen in onze erediensten. Maar waarom preken we? Wat is het doel van een preek? En wat is een preek eigenlijk? Zijn er goede en slechte preken? Ik wil een kort overzicht geven van de soorten prediking waarover het NT spreekt, om te zien of we antwoorden op deze vragen kunnen vinden.

Woordgebruik

Woordenboeken beschrijven de betekenis van het woord ‘preek' doorgaans als volgt: een toespraak tijdens een kerkdienst. ‘Preek' is in het Nederlands tot een kerkelijke term geworden. Preken doe je in de kerk, niet daarbuiten. In het NT is het gebruik van het woord kērussō algemener en breder. Het werkwoord betekent (1) ‘heraut zijn, als heraut proclameren, verkondigen', en (2) ‘(het Evangelie) verkondigen, prediken'. Meestal wordt het in het buitenbijbelse Grieks gebruikt in de zin van ‘als heraut proclameren, officieel verkondigen', een betekenis die in Op.5:2 nog te zien is (en wellicht ook in Luc.4:18-19). Enigszins afgezwakt komt het voor in de betekenis ‘verkondigen', zoals in het geval van iemand die door Jezus genezen is en overal zijn genezing uitbazuint of verkondigt (Mar.1:45; 5:20; 7:36; Luc.8:39). In het NT is kērussō het gewone woord geworden voor het in het openbaar ‘verkondigen' van de blijde boodschap van het Koninkrijk van God. Deze woordgroep wordt met name gebruikt in de specifieke zin van het verkondigen van de boodschap van God aan de mensen. Een preek is in de meest brede zin een toespraak, waarin de spreker de boodschap van God verwoordt.
Wanneer we vragen naar het doel van de verkondiging, vinden we dit prachtig verwoord door Paulus in Kol.1:28-29,
Hem verkondigen wij, wanneer wij iedereen vermanen en onderrichten, met alle wijsheid die ons gegeven is, om iedereen zonder onderscheid in Christus tot volmaaktheid te brengen. Daarvoor span ik mij in, zwoeg ik met zijn kracht, die machtig in mij werkt.
Een preek beoogt te onderwijzen, te bemoedigen, te corrigeren, zodat de luisteraars mogen groeien in hun geloof en sterke, volwassen christenen worden.
Wanneer we willen weten wat voor soort toespraak we een preek noemen, kunnen we niet volstaan met één volzin. Het blijkt dat we in het Nieuwe Testament minsten vier soorten preken kunnen onderscheiden. We geven een overzicht.

Thematisch preken

In de eerste plaats vinden we bij de apostelen thematische preken, dat wil zeggen toespraken die een bepaald onderwerp behandelen.
1. Een thematische preek vinden we bijvoorbeeld in Hand.13:15-41 waar Paulus voor joodse gelovigen in de synagoge van Antiochië vanuit het OT probeert aan te tonen dat Jezus de Messias is. Hij noemt een paar hoogtepunten uit de heilsgeschiedenis, begint bij de verdrukking en bevrijding van Israel in Egypte en eindigt met de opstanding van Jezus. In deze verkondiging gebruikt Paulus het OT als bron om uit te citeren.
2. Een andere thematische preek vinden we in Hand.17:22-34, de verkondiging van Paulus aan de Grieken op de Areopagus. Paulus citeert zelfs een Griekse dichter om zijn preek te ondersteunen (vs.28). Het hoogtepunt van zijn preek is dat Jezus zal terugkomen om iedereen te oordelen. Over het kruis wordt in deze evangelisatiepreek niet gesproken (!). De preek bevat wel een kruis, namelijk de opstanding van Jezus. Als ze horen dat God Jezus heeft opgewekt uit de doden, beginnen een aantal hoorders te spotten, maar anderen willen meer horen (vs.32). We hebben hier dus een thematische prediking gericht aan ongelovigen, waarbij Paulus aansluit bij hun denkbeelden en er niet expliciet geciteerd wordt uit de Schriften. Dus geen paniek als bij een toespraak de Bijbel een keer niet opengaat. Dit gebeurde bij Paulus ook niet altijd.
3. Onder de thematische preek kun je ook de apologetische prediking rekenen, een geloofsverdedigende toespraak. Een voorbeeld hiervan is de verdediging van Stefanus in Hand.7. Ook hij geeft een samenvatting van de geschiedenis van het volk Israël en begint bij de roeping van Abraham. Zijn overzicht heeft als speerpunt en climax: God woont niet in een aardse tempel, maar de hemel is zijn troon en de aarde zijn voetbank. En in plaats van de aankondigers van de Messias (door hem de Rechtvaardige genoemd, vgl. Hand.3:14; 22:14; Jes.53:11, vgl. Zach.9:9) te geloven hebben zij zowel hen als ook de Messias zelf verraden en vermoord (vs.52).
Zoals Stefanus Jezus, de rechtvaardige Messias, verdedigt tegenover de aanhangers van de tempelcultus in zijn dagen, zo kan het ook vandaag nodig zijn Hem in het openbaar te verdedigen tegenover de heersende godsdienst of ideologie.

Profetische prediking

Een andere vorm van prediken is het profetisch spreken. Dit betreft het doorgeven van een geestelijk woord of boodschap direct vanuit het hart, maar het kan ook gaan om een aan de spreker geopenbaarde toepassing vanuit het Woord.
De kerntekst hiervoor is 1Kor.14:29, waar we lezen: ‘Van de profeten mogen er twee of drie het woord voeren, en de overigen moeten het beoordelen.'
Paulus zegt dat naast alle andere uitingen in een eredienst als liederen, openbaringen en tongentaal er ook nog wel twee of drie profeten een woord mogen doorgeven. Het kan bij de profetische toespraken om openbaringen gaan die vertroostend of bemoedigend of vermanend zijn (1Kor.14:3). Maar het kan ook woorden betreffen die sturend zijn voor een persoon of de hele gemeente. Paulus noemt een voorbeeld in 1Kor.14:24-25,
‘Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.' (NBV)
Een ander voorbeeld is de profetie van Agabus, die door de Geest sprak dat er een grote hongersnood zou komen over de hele bewoonde wereld die inderdaad gekomen is ten tijde van keizer Claudius (Hand.11:27-28). En later lezen we dat deze Agabus een profetie over Paulus uitsprak dat hij in Jeruzalem gevangen genomen zou worden (Hand.21:10-11).

Getuigenis

Ik zou bij het profetisch spreken vanuit het hart ook het geven van een getuigenis willen noemen. De apostelen spreken over wat ze gezien en gehoord hebben (Hand.4:20) en ze getuigen van de opstanding van Jezus (Hand.4:33). Naar analogie hiervan mogen ook wij spreken over wat we gehoord en gezien hebben, dat wil zeggen wat ons door de apostelen is overgeleverd en wat we door de werking van de Heilige Geest zelf hebben ondervonden. Spreken over wat de Geest van God in ons leven heeft gedaan.
Het geven van praktische voorbeelden en exemplarisch onderwijs wordt overigens vandaag ook in het seculiere onderwijs, dat jarenlang erg theoretisch was, weer gewaardeerd. In het NT staat dit onderwijs centraal.

Pesjer

Naast spreken vanuit het hart kan het bij profetische prediking ook gaan om een profetische toepassing van de Bijbel, de zgn. pesjer (‘dit is ...') of charismatische uitleg. Een paar voorbeelden bij de apostelen.
Petrus zegt naar aanleiding van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag: "Dit is het waarover gesproken is door de profeet Joël (Hand.2:16). En in Hand.4:10-11 zegt hij over Jezus Christus: "Dit is de steen door u, de bouwlieden versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden (Ps.118:22). Paulus wijst vanuit Ps.2 (vs. 7 ‘Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt') en Ps. 16 (vs.10 ‘Gij zult uw heilige geen ontbinding doen zien') op de vervulling in Jezus Christus (Hand.13:33,35). En in 2Kor.6:2 citeert hij Jes.49:8 ‘ten tijde des welbehagens heb Ik u verhoord en ten dage des heils ben Ik u te hulp gekomen' en zegt vervolgens: ‘zie, nu is het de tijd des welbehagens, nu is het de dag des heils.'

In veel protestantse kerken in de westerse wereld zijn de twee hierboven genoemde vormen van prediking op de achtergrond geraakt. De thematische preek zou teveel een eigen boodschap zijn waar je de teksten vervolgens bij zoekt. Zo zou het gezag van de boodschap in gevaar komen. Dit is natuurlijk een reëel gevaar, waarop men attent dient te zijn.
En profetische prediking kan gemakkelijk in extreem charismatisch vaarwater geraken, waar de eigen geest met de Heilige Geest wordt verward. Daar schuilt inderdaad ook een reëel gevaar. Maar omdat we beide vormen van prediking wel bij de apostelen tegenkomen, is het mijns inziens geen optie om vanwege de gevaren het kind met het badwater weg te gooien.
Tot slot bespreken we een derde wijze van apostolische prediking die in de westerse kerk nog wel breed gewaardeerd en gehanteerd wordt.

Tekstverklarende prediking

Tekstverklarende prediking is in het Engels bekend als Expository Preaching. Waar gaat het over? We kunnen deze wijze van prediking in eerste aanleg vinden in 1Tim.4:13, waar Paulus tegen Timoteüs zegt: ‘In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht. (NBV)
Uit het ‘voorlezen' (de Schrift centraal) volgt als vanzelf ‘het vermanen' (het toepassen) en ‘het onderwijzen' (van de geloofsleer). Vergelijk ook 1Tim.5:17 en 2Tim.3:16. paraklēsis (lett. vermaning, vertroosting, bemoediging) kan in dit verband tussen ‘voorlezen' en ‘onderwijzen' het beste vertaald worden met ‘uitleg' of ‘toepassing.' En zo kan de NBV hier dan ook vertalen met ‘prediking.'
Een goed voorbeeld in het Nieuwe Testament is de Hebreeënbrief. Je zou deze brief kunnen beschouwen als een preek vanuit een aantal passages uit het Oude Testament. De schrijver verwijst zelf naar zijn brief als een logos paraklēseōs, een woord van bemoediging, aansporing of vermaning (Heb.13:22). Het was een vaste term voor een preek in de joods-hellenistische synagoge. Lucas gebruikt in Hand.13:15 dezelfde omschrijving (logos paraklēseōs) voor de prediking van Paulus in de synagoge van Antiochië.
De Hebreeënbrief is een interessant voorbeeld van tekstverklarende prediking. We leren dat het van belang is een tekst altijd in zijn context te lezen. In Hebreeën wordt regelmatig uitvoerig geargumenteerd vanuit de (historische) context, zoals in het geval van Ps.8 in Heb.2 en Ps.110 in Heb.5 en 7 (vgl. ook de behandeling van Ps.95:7-11 in Heb.3 en 4) (SBNT 9, 859-871).
We zien in Hebreeën ook dat uitleg en toepassing onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Er wordt verondersteld dat Jezus de Messias is. Dit is echter een nieuwe openbaring van God in de geschiedenis en niet een kwestie van tekstinterpretatie. Of een oudtestamentische tekst wel of niet over de Messias spreekt is een zaak van interpretatie, maar of Jezus uit Nazaret de Messias is, wordt niet geweten door uitleg van het Oude Testament, maar wordt verkondigd door de apostelen en is dus toepassing. Er is in Hebreeën geen sprake van christologische uitleg van het OT, maar van vervulling en toepassing van profetieën.
Verder zien we dat de preek of de preken in de Hebreeënbrief keer op keer een kernboodschap hebben die duidelijk verwoord wordt. Zo lezen we bijvoorbeeld in Heb.8:1,
‘De kern van mijn betoog is dat wij een hogepriester hebben die in de hemel plaatsgenomen heeft aan de rechterzijde van de troon van Gods majesteit.' We zien door de hele brief heen dat die kernboodschap christocentrisch is. De kern van de boodschap is dat Jezus de Messias is, de tweede Mozes, de hemelse hogepriester. Samenvattend leren we dus van de Hebreeënschrijver dat zijn prediking tekstverklarend is, een toepassing inhoudt en een kernboodschap heeft. (A.T. Selvaggio)

Homiletiek

Tekstverklarende prediking wordt aan theologische opleidingen gedoceerd in het vak homiletiek (de predikkunde). Het volgende komt hierbij aan de orde:
1. Voorbereidende exegese van een tekstgedeelte, die aan strikte regels voor uitleg gebonden is. De feiten in de gegeven tekst moeten duidelijk worden. Dit gebeurt door het bestuderen van de oorspronkelijke tekst, verschillende vertalingen, de historische achtergrond, de achtergrond van culturele gewoonten etc.
2. Na de verschillende taalkundige en historische opties besproken te hebben, wordt een conclusie getrokken m.b.t. de betekenis van de tekst.
3. Het neerschrijven van een communicatieve boodschap die de betekenis van het tekstgedeelte en de toepassing verwoordt.
Een goede en klassieke inleiding voor ‘expository preaching' biedt W.L. Liefelt (zie onder).
Tekstverklarende prediking is in de traditie van de protestantse kerken in het westen ver verheven boven de andere twee vormen. Hierdoor is de breedte van preekvormen die we in het NT vinden uit balans geraakt. Het zou goed zijn de thematische preek en het profetisch spreken dezelfde waardering toe te kennen als de tekstverklarende preek.
Het is in het verlengde hiervan dan ook van belang aandacht te besteden aan de eerste twee preekvormen en hiervoor normen en criteria te ontwikkelen, zoals die ook bestaan voor ‘expository preaching.'

 

Literatuur:

G. van den Brink, ‘Citaten in de brief aan de Hebreeën', SBNT 9 (1998) 859-871
W.L. Liefelt, New Testament Exposition, From Text to Sermon, Grand Rapids: Zondervan 1984, Carlisle: Paternoster 1994.
A.T. Selvaggio, ‘Preaching Advice from the ‘Sermon' to the Hebrews', Themelios 32.2 (2007) 33-45.